Altijd koud? Je kunt jezelf op deze manier trainen om kou gemakkelijker aan te kunnen

Thermofysiologen leggen uit hoe je lichaam reageert op kou, wat bruin vet doet en hoe je jezelf beter tegen lage temperaturen kunt trainen.

Altijd koud? Je kunt jezelf trainen om kou gemakkelijker aan te kunnen

De eerste koude dagen voelen altijd alsof je lichaam in protest schiet: koude handen, stijve spieren en een neus die op standje diepvries lijkt te staan. Maar volgens thermofysiologen is dat niet alleen normaal, het is ook trainbaar. Je lijf kan beter met lage temperaturen leren omgaan – en dat blijkt zelfs verrassend gezond te zijn. Wat gebeurt er precies in je lichaam, en hoe kun je jezelf trainen om er minder last van te hebben?

Waarom je kou zo heftig voelt

Zodra je buiten stapt, gaat je lichaam in een soort noodmodus. Je bloedvaten aan het huidoppervlak vernauwen zich om warmte vast te houden. Helpt dat niet genoeg, dan gaat je lichaam extra warmte maken. En als zelfs dát niet genoeg is, komt het ultieme verwarmingssysteem in actie: rillen. Die kleine spierschokjes zijn niet irritant — ze zijn juist je ingebouwde kachel.

Het verborgen voordeel van bruin vet

We hebben het allemaal: een beetje bruin vet, hetzelfde warme vet waar baby’s op draaien. Het werkt als een mini-kacheltje dat aanspringt als je afkoelt. Het is niet genoeg om je volledig warm te houden, maar het geeft je stofwisseling wél een zetje in de goede richting. Dat maakt bruin vet onverwacht interessant wanneer het gaat om kou en je lichaam.

Kun je jezelf echt ‘warm trainen’?

Volgens thermofysiologen wel. Na een paar weken regelmatige kou-prikkels reageert je lichaam merkbaar anders: je rilt minder snel en je warmteproductie komt sneller op gang. Je systeem wordt simpelweg efficiënter in omgaan met lage temperaturen.

Zo help je je lichaam beter met kou om te gaan

Onderzoekers van Maastricht University zien dat milde, herhaalde blootstelling het meeste effect heeft. Denk aan:
– de verwarming een paar uur lager zetten
– iets minder dikke kleding dragen
– vaker naar buiten zonder meteen volledig ingepakt te zijn
– korte, gecontroleerde koude prikkels (zoals een koele douche)

Door die prikkels gebeurt er iets belangrijks: je lichaam schakelt sneller over op warmteproductie, je bloedvaten reageren soepeler en je rilt minder. In onderzoeken van de thermofysiologie-afdeling van Maastricht University hangt deze gewenning bovendien samen met verbeterde insulinegevoeligheid en een betere stofwisseling.

Je traint dus niet om het nooit meer koud te hebben, maar om minder heftig te reageren op kou. Daardoor warm je sneller op, blijven je spieren soepeler en houd je meer controle over je temperatuur.

Waarom sommige mensen het sneller koud hebben

De gevoeligheid voor kou verschilt sterk per persoon. Lichaamsbouw speelt een rol: spierweefsel maakt veel warmte aan, vetweefsel minder. Daarom kunnen kleinere mensen of mensen met minder spiermassa de kou vaker als intenser ervaren. Ook leeftijd doet mee: na je zestigste wordt het thermoregulatiesysteem minder efficiënt.

Hoe blijf je warm op een gezonde manier?

Warm blijven draait niet om dikke truien, maar om slim isoleren. Thermofysiologen adviseren een ademende basislaag die aansluit op de huid, daarboven een isolerende fleece of trui die wat ruimte laat voor warme lucht, en een jas die wind en regen tegenhoudt. En: blijf bewegen. Wie actief is, warmt zichzelf beter op – stilstaan is de snelste route naar bibberen.

Beoordeeld door:
Gezondheid
  • AD, HLN
  • Canva