Altijd koude handen en voeten? Waarom je interne kachel dan vaak juist perfect werkt

Het is een klassiek wintertafereel: je partner deinst achteruit zodra je hem aanraakt (ijskoude handen!) en in bed draag je standaard dikke sokken omdat je voeten anders als ijsklompjes voelen. Terwijl jij zit te rillen onder een dekentje, loopt de rest van het gezin vrolijk in een T-shirt rond.

Altijd koude handen en voeten? Waarom je interne kachel dan vaak juist perfect werkt

Vaak wordt er dan gemopperd over een slechte doorbloeding. Maar is dat wel terecht? Het antwoord zal je misschien verbazen (en opluchten): die koude ledematen betekenen vaak juist dat je lichaam uitstekend functioneert.

Je lichaam is een slimme overlever

Om te begrijpen waarom je vingers en tenen wit en koud worden, moeten we kijken naar de topprioriteit van je lichaam: overleven. Je vitale organen – hart, longen, hersenen – moeten altijd op een temperatuur van 37 graden blijven. Koste wat kost.

Zodra de omgevingstemperatuur daalt, grijpt je interne thermostaat in. De bloedvaten in je uiterste puntjes (handen, voeten, neus) knijpen samen. Dit heet vasoconstrictie.
Het gevolg? Er stroomt minder warm bloed naar je vingers en tenen, zodat er meer warmte overblijft voor je hart en longen. Dat jij het koud hebt aan de buitenkant, is dus eigenlijk een teken dat je lichaam je organen perfect beschermt. Een briljant overlevingsmechanisme, al voelt het oncomfortabel.

Waarom vrouwen het écht kouder hebben

Het zit niet tussen je oren: vrouwen hebben vaker last van dit fenomeen dan mannen. En daar is een biologische reden voor. Onderzoek (onder andere gepubliceerd in The Lancet) laat zien dat het vrouwenlichaam beter is in het vasthouden van warmte rondom de 'kern' (de romp), maar daardoor sneller warmte opoffert bij handen en voeten.

Daarnaast speelt spiermassa een grote rol. Spieren zijn als interne kacheltjes: zelfs als je stilzit op de bank, produceren ze warmte. Omdat mannen van nature vaak meer spiermassa hebben, blijft hun 'basis-kachel' harder branden. Je stelt je dus niet aan; je biologie werkt gewoon anders.

Wanneer moet je wél opletten? (Raynaud)

Voor de meeste mensen is de kou vervelend, maar onschuldig. Er is echter een uitzondering: het Fenomeen van Raynaud.
Hierbij reageren de bloedvaatjes te heftig op kou of stress. De bloedtoevoer stopt tijdelijk helemaal, waardoor vingers of tenen niet alleen koud, maar ook doodsbleek (wit) en daarna blauw/paars worden. Als ze weer opwarmen kan dit flink pijn doen. Herken je dit kleurverloop? Dan is het verstandig om dit even met de huisarts te bespreken.

3 manieren om jezelf op te warmen

Je genen kun je niet veranderen, maar je kunt die interne thermostaat wel een handje helpen.

1. Het laagjes-principe (ook voor je handen)
Eén dikke trui is minder effectief dan drie dunne laagjes. De lucht tussen de lagen houdt de warmte vast. Heb je buiten snel koude handen? Draag dan wanten in plaats van handschoenen. In een want kunnen je vingers elkaar warm houden.

2. Gebruik je grote motoren
Heb je het koud achter je bureau? Wrijf niet in je handen, maar doe tien squats of loop de trap op. Door je grote beenspieren aan het werk te zetten, gaat je hartslag omhoog en wordt het warme bloed met meer kracht rondgepompt – uiteindelijk ook naar die koude vingertoppen en tenen.

3. Drink 'hitte'
Warme thee helpt natuurlijk, maar wat je drinkt maakt uit. Gember en cayennepeper staan erom bekend dat ze de circulatie licht kunnen stimuleren, wat zorgt voor een warmere gloed van binnenuit.

Gezondheid