Wanneer vergeetachtigheid wél iets betekent: vroege signalen van dementie
Iedereen vergeet weleens een naam, of loopt een kamer in zonder idee waarom je daarheen ging. Dat is normaal, zeggen neurologen. Maar wat als iemand ineens vaker de draad kwijt is, steeds hetzelfde verhaal vertelt of niet meer uit zijn woorden komt? Dat soort momenten kunnen de eerste signalen van dementie zijn, en die vallen vaak juist op bij mensen die af en toe langskomen in plaats van elke dag.
In Nederland leven zo’n 300.000 mensen met dementie. Eén op de vijf krijgt er in zijn of haar leven mee te maken. Het is dus helemaal niet vreemd om alert te zijn als iemand plots anders doet dan je gewend bent. Het verschil tussen ‘dit overkomt iedereen’ en ‘hier is meer aan de hand’ zit ’m niet in één moment, maar in de verandering over tijd.
Signaal 1: De neus weet het vaak eerder
Een verminderd reukvermogen wordt vaak onterecht weggewuifd als een onschuldig ouderdomskwaaltje. Toch is het verstandig om hier alert op te zijn. Volgens prof. Jayant Pinto (University of Chicago) is het zelfs een van de sterkste voorspellers. Uit zijn onderzoek blijkt dat ouderen die alledaagse geuren – zoals pepermunt, vis of leer – niet meer goed kunnen onderscheiden, een groter risico lopen om binnen vijf jaar de diagnose dementie te krijgen. De zenuwen die geur verwerken raken namelijk vaak als eerste beschadigd, nog voordat het geheugen hapert.
Signaal 2: Sarcasme en humor niet meer begrijpen
Veranderingen in humor of sociaal gedrag zijn soms eerder zichtbaar dan vergeetachtigheid. Het kan pijnlijk zijn als een dierbare ineens niet meer om je grapjes lacht of cynische opmerkingen letterlijk neemt. Onderzoek van neuropsycholoog Katherine Rankin (UCSF) toont aan dat dit onvermogen om sarcasme te ‘lezen’ een vroeg signaal kan zijn, met name bij frontotemporale dementie. Het sociale filter verdwijnt, waardoor iemand de dubbele laag in een gesprek niet meer aanvoelt.
Signaal 3: Verandering in het looppatroon
We letten vaak op wat iemand zegt, maar de manier van bewegen vertelt soms meer. De bekende neuropsycholoog Erik Scherder (Vrije Universiteit) benadrukt vaak dat motoriek en cognitie nauw met elkaar verbonden zijn. Omdat lopen een complexe taak is voor ons brein, kan een veranderd looppatroon een vroege waarschuwing zijn. Als iemand die altijd stevig doorstapte ineens trager, schuifelend of wijdbeens gaat lopen zonder duidelijke lichamelijke oorzaak, heeft het brein waarschijnlijk moeite om de balans te bewaren naast andere prikkels.
Wat hoort gewoon bij ouder worden - en wat kan wijzen op dementie?
Naast deze verrassende fysieke signalen, blijft het in het dagelijks leven vaak lastig onderscheiden. Even een woord kwijt zijn is normaal. Maar iemand die altijd georganiseerd was en nu overal lijstjes voor nodig heeft, of die gesprekken niet langer kan volgen, laat vaak duidelijkere signalen dementie zien. Vooral als het gedrag niet past bij hoe iemand altijd was.
Een belangrijk detail: veel mensen met dementie merken zelf nauwelijks dat er iets verandert. Het ziekte-inzicht neemt af, soms al heel vroeg. Daardoor wuiven ze voorbeelden weg of reageren ze geprikkeld als je er iets van zegt. Het komt niet door koppigheid, maar door wat er in de hersenen gebeurt.
De subtiele veranderingen die het eerst opvallen
De eerste fase draait vaak om ‘dit past niet bij hem of haar’. Kleine dingen die langzaam een patroon vormen. Naast de drie eerder beschreven signalen, zijn dit ook typische voorbeelden van vroege herkenbare signalen:
- Dingen van kort geleden vergeten
- Moeite met overzicht, plannen of oplossingen bedenken
- De weg kwijtraken in tijd of plaats
- Nieuwe apparaten of handelingen niet begrijpen
- Minder concentratie
- Spullen op onverwachte plekken terugvinden
- Woorden niet meer kunnen vinden tijdens gesprekken
- Minder initiatief
- Minder inlevingsvermogen
Het zijn de dagelijkse momenten die het meeste zeggen: iemand die altijd fanatiek Rummikubde maar de regels niet meer snapt. De thuiskok die vroeger drie pannen tegelijk managede, maar nu alles laat aanbranden. Of iemand die spraakzaam en scherp was en nu vooral oppervlakkige gesprekjes voert.
Waarom jij het vaak sneller ziet dan de partner
Wie elke dag met iemand leeft, past zich ongemerkt aan. Kleine veranderingen vallen minder op. Maar als je iemand eens per maand ziet, zie je het verschil tussen ‘vorige keer’ en ‘nu’. Dat maakt dat kinderen, vrienden en familie vaak eerder aan de bel trekken dan de partner. Niet omdat zij overdrijven, maar omdat ze het contrast duidelijker zien.
Als naaste twijfel je vaak aan je eigen oordeel; ben je je niet aan het aanstellen? Volgens neuropsycholoog en epidomoloog Wiesje van der Flier, directeur-bestuurder van Alzheimer Nederland, is die twijfel nergens voor nodig. Het zogenoemde 'niet-pluis gevoel' is zelfs officieel opgenomen in de medische richtlijnen als een serieus te nemen signaal. Omdat jij de persoon het beste kent, is jouw observatie van gedragsverandering vaak een betrouwbaardere graadmeter dan een momentopname bij de huisarts.
Hoe krijg je iemand naar de huisarts als hij zelf niets merkt?
Omdat het ziekte-inzicht afneemt, is het lastig om iemand te overtuigen dat er hulp nodig is. Toch is een bezoek belangrijk. De huisarts kan andere oorzaken uitsluiten en zo nodig doorverwijzen naar de geheugenpoli. Wat helpt: concrete voorbeelden verzamelen van gedrag dat anders is dan vroeger, zoals het loopje, de geurtest of de Rummikub-incidenten. Hoe duidelijker de situaties, hoe sneller een arts stappen kan zetten.
De casemanager dementie: een steunpilaar vanaf het begin
Na een diagnose heb je via de basisverzekering recht op een casemanager dementie. Deze persoon kijkt mee in het dagelijks leven, denkt vooruit en helpt met praktische en emotionele steun. Omdat dementie een progressieve ziekte is, is het fijn als er iemand vanaf het begin in het gezin meeloopt en weet wat er speelt.
Waarom een betrokken omgeving zoveel verschil maakt
Mensen met dementie voelen zelf vaak niet precies wat er verandert, en dat maakt het voor familie soms mentaal zwaarder dan voor de persoon zelf. Toch maakt een warme, betrokken omgeving een wereld van verschil. Activiteit, structuur en sociaal contact helpen iemand om langer mee te blijven doen in het dagelijks leven. En dat is precies waar de omgeving zo belangrijk wordt.