Kinderen krijgen in een wereld vol crisis: hoe jongvolwassenen twijfelen en wat dat met ons doet

Steeds meer jongvolwassenen twijfelen of ze wel kinderen willen in een wereld vol klimaatcrisis, onzekerheid en druk. Voor ouders en grootouders kan die twijfel onverwacht en confronterend zijn. Wat speelt er precies bij deze generatie, en hoe kun je daar open en zonder oordeel het gesprek over voeren?

kinderen

Schaamte omdat je vlees eet, naar Bali vliegt of te lang onder de douche staat: veel mensen herkennen die prikkelende ongemakken inmiddels wel. Maar er is een nieuwe vorm van twijfel die steeds vaker opduikt, eentje die je misschien nog niet kende. Steeds meer jongeren vragen zich af of ze eigenlijk nog wel kunnen of moeten kiezen voor kinderen in een wereld die zo onder druk staat.

Als ouder, grootouder of betrokken volwassene kan het best even schrikken zijn als je dochter of kleindochter ineens zegt: “Ik wil geen kinderen. Niet in deze wereld.” Wat betekent dat? Waar komt het vandaan? En wat zegt dat over hoe jongeren naar de toekomst kijken?

Kinderen als klimaatvraagstuk

Voor veel jongvolwassenen zijn vragen over het krijgen van kinderen geen puur persoonlijke kwestie meer, ze zijn verbonden met thema’s als klimaat, ongelijkheid, overbevolking en bestaanszekerheid. Zo rekenden wetenschappers van de Zweedse universiteit van Lund al in 2017 uit dat in het Westen één kind minder krijgen gemiddeld 50 ton CO₂-uitstoot per jaar bespaart. Ter vergelijking: dat staat gelijk aan ongeveer 250.000 kilometer rijden in een gemiddelde benzineauto.

Niet gek dus dat, volgens onderzoek van de universiteit van Bath, bijna 40% van de jongeren overweegt geen kinderen te krijgen vanwege zorgen over het klimaat. Voor hen is het krijgen van een kind niet vanzelfsprekend, het is een ethisch dilemma.

Geen kinderwens? Dat roept vaak iets op

Voor wie is opgegroeid in een tijd waarin kinderen vanzelfsprekend bij het leven hoorden, kan het confronterend zijn om een kind of kleinkind te horen zeggen: “Ik voel het gewoon niet.”

Journalist Liesbeth Rasker maakte hierover dit jaar een documentaire. Nu ze 36 is en haar omgeving maar blijft vragen of het 'toch nog komt', zegt ze: “Ik voel het niet. En ik ben daar oké mee. Nu mijn omgeving nog.”

Die uitspraak raakt aan iets diepers: de druk die veel vrouwen (en mannen) voelen rondom ouderschap. En de behoefte om daar zelf, bewust, een keuze in te maken, met of zonder kind.

Een lastige wereld voor nieuwe generaties

Klimaatverandering, oorlogen, vluchtelingenstromen, stijgende kosten van levensonderhoud, druk op de woningmarkt – voor veel jongeren voelt het leven onzeker. Je kunt je misschien voorstellen dat zij zich afvragen: wil ik een kind zetten in een wereld waar zo veel aan de hand is?

Maar dat betekent niet dat ze harteloos zijn, integendeel. Vaak komt die twijfel juist voort uit liefde, zorgzaamheid en verantwoordelijkheid. Het verlangen om een kind een onbezorgd leven te geven, botst met de realiteit van nu.

Of juist een daad van hoop?

Tegelijkertijd is het verlangen om door te geven diep menselijk. Kinderen krijgen kan ook gezien worden als een daad van hoop, van toekomst durven maken, van opvoeden tot verandering. Een kind leren leven met minder, bewuster, duurzamer, dat kan ook een bijdrage zijn aan een gezondere wereld.

Daarnaast is er nog de economische kant: met vergrijzing en arbeidstekorten in aantocht hebben we nieuwe generaties ook hard nodig. Minder kinderen betekent op termijn minder mensen in de zorg, het onderwijs en de techniek. Ook dat speelt mee.

Geen goed of fout, maar wel een gesprek waard

Is het egoïstisch om kinderen te krijgen in deze tijd? Misschien. Is het egoïstisch om het niet te doen? Ook dat zou je kunnen zeggen. Maar misschien is het nog belangrijker om te erkennen dat we allemaal ons best doen om het goede te doen, en dat dat er voor iedereen anders uitziet.

Wat de keuze ook is, het is tijd om daar open over te mogen zijn. Ook als ouder of grootouder. Want als jongeren zeggen dat ze twijfelen over kinderen, zeggen ze eigenlijk: ik maak me zorgen. En dat gesprek, zonder oordeel, maar met begrip, is misschien wel het belangrijkste dat we samen kunnen voeren