Gezondheid

Eerstgeborene of nakomertje? Waarom je geboorteplek je gezondheid bepaalt

Heeft je plek in het gezin invloed op je gezondheid? Onderzoek suggereert een verband tussen geboortevolgorde en de kans op ruim 150 aandoeningen.

Maria Mulder Leestijd 2 minuten
Broer en zus

Je positie binnen het gezin, of je nu de oudste of de tweede bent, hangt samen met de kans op het ontwikkelen van meer dan 150 verschillende aandoeningen. Dat blijkt uit de grootste studie ooit naar dit onderwerp. Van allergieën en autisme bij eerstgeborenen tot migraine en maagklachten bij hun jongere broer of zus: de geboortevolgorde en gezondheid lijken een complexere wisselwerking te hebben dan gedacht.

Het idee dat geboortevolgorde ons beïnvloedt, fascineert wetenschappers al lang. Een nieuwe, grootschalige analyse, uitgevoerd door Benjamin Kramer en zijn collega's aan de Universiteit van Chicago, onderzocht de gegevens van meer dan tien miljoen broers en zussen. Zij focusten specifiek op de samenhang tussen de plek in het gezin en het risico op 418 medische aandoeningen, waarbij ze corrigeerden voor factoren als geslacht, geboortejaar en het leeftijdsverschil tussen de kinderen.

Hoe kan geboortevolgorde de gezondheid beïnvloeden?

De studie vond voor 150 aandoeningen een verband. Eerstgeborenen lijken een iets hogere kans te hebben op neuro-ontwikkelingscondities zoals autisme, maar ook op allergieën, hooikoorts en angststoornissen. Voor de allergieën wordt de 'friendly foe'-hypothese aangehaald: jongere kinderen worden via hun oudere broer of zus meer blootgesteld aan microben, wat hun immuunsysteem mogelijk toleranter maakt. Bij degenen die als tweede werden geboren, was er juist een licht verhoogd risico op zaken als migraine, galblaasproblemen en maagwandontsteking (gastritis).

Let op: dit verband is geen zekerheid

Het is cruciaal om deze resultaten in de juiste context te zien. De onderzoekers benadrukken dat het om correlaties gaat, niet om een direct oorzakelijk verband. Expert Julia Rohrer, die niet bij deze studie betrokken was, noemt het onderzoek in New Scientist 'rigoureus', maar waarschuwt dat de gevonden verbanden bescheiden zijn. Een eerstgeborene heeft bijvoorbeeld een 3,6 procent relatief verhoogd risico op depressie. Dit betekent niet dat je als oudste kind zeker depressief wordt. Het absolute risico is voor de meeste mensen nog steeds erg klein. We zullen nooit weten hoe iemands leven eruit had gezien op een andere plek in het gezin.

Wat betekent dit voor jou in de praktijk?

Moet je je nu zorgen maken op basis van je geboortepositie? Absoluut niet. De studie biedt interessante inzichten in de complexe factoren die onze gezondheid vormen, maar het is geen glazen bol. Het geeft aan dat naast genen en opvoeding, ook de dynamiek binnen het gezin een subtiele rol kan spelen in onze ontwikkeling en gezondheid. Zie het als een fascinerend puzzelstukje in het grote geheel van wie we zijn, maar onthoud dat je gezondheid door talloze andere, vaak belangrijkere factoren wordt bepaald. Bespreek gezondheidsklachten altijd met een arts, ongeacht je plek in het gezin.