De elektrische fiets is niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Vooral onder de jeugd is de populariteit de afgelopen jaren geëxplodeerd. Waar in 2021 nog maar 11 procent van de jongeren (12 tot 17 jaar) elektrisch fietste, is dat nu al gestegen naar 29 procent. Ook bij jongvolwassenen (18 tot 24 jaar) is er een enorme stijging te zien.
Waarom het RIVM zich zorgen maakt
Waarom is deze trend eigenlijk een probleem? Het antwoord is simpel: bewegingsarmoede. Jongeren in Nederland halen vaak de dagelijkse beweegrichtlijnen al niet. De gewone fiets is voor veel tieners dé manier om toch nog aan hun dagelijkse portie lichaamsbeweging te komen.
Nu de motor van de e-bike het zware werk overneemt, valt een belangrijk deel van deze dagelijkse inspanning weg. Het RIVM waarschuwt dat jongeren hierdoor nóg minder bewegen, wat op de lange termijn negatieve gevolgen heeft voor hun conditie en algehele gezondheid.
Gemak en snelheid winnen het van gezondheid
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren de e-bike vooral pakken voor de ritjes naar school, de stad of vrienden. De belangrijkste reden? Snelheid. Het is makkelijker en kost minder tijd.
Toch is er ook een klein lichtpuntje: voor de hele korte stukjes (tot 5 kilometer) pakken veel jongeren gelukkig nog wél de vertrouwde 'gewone' fiets.
Wat betekent dit voor jou (en je kind)?
Voor 55-plussers is de e-bike overigens wél een zegen. Zij gebruiken de elektrische ondersteuning juist om langere tochten te maken die ze op een normale fiets misschien niet meer zouden doen. Het houdt hen langer mobiel en gezond.
Maar voor tieners is de boodschap duidelijk: spieren moeten aan het werk gezet worden. Tip voor ouders: probeer af te spreken dat de gewone fiets de standaard blijft voor afstanden onder de vijf kilometer. Zo behouden ze die belangrijke dagelijkse beweging, zonder dat het veel extra tijd kost!