Vraag iemand boven de vijftig en de kans is groot dat je het hoort: “In de maanden met een R moet je extra vitamine C nemen.” Het klinkt als een logische herfst- en winterwijsheid, maar het idee blijkt verrassend ouderwets. Het stamt namelijk uit een tijd waarin onze voeding er totaal anders uitzag - en waarin een echt vitamine C tekort veel vaker voorkwam dan nu.
In de praktijk hebben de meeste Nederlanders tegenwoordig het hele jaar door meer dan genoeg vitamine C, juist omdat onze manier van eten en bewaren zó anders is dan vroeger.
Waarom mensen vroeger wél risico liepen op een tekort
Tot halverwege de vorige eeuw waren verse groenten en vers fruit vooral beschikbaar in de lente en zomer. In de herfst werd alles ingemaakt, geweckt of gefermenteerd om de winter door te komen. Dat werkte goed voor houdbaarheid, maar niet voor vitamines: vooral vitamine C neemt langzaam af wanneer groenten en fruit worden opgeslagen of verhit.
Daardoor kregen mensen in de late winter en het vroege voorjaar - wanneer de voorraad bijna op was - vaak minder vitamine C binnen dan hun lichaam nodig had.
Dat zorgde voor:
- meer vermoeidheid,
- meer vatbaarheid voor infecties,
- en het beroemde 'voorjaarsmoeheid'-gevoel.
Het was geen fabel: het kwam echt door voeding die in de winter steeds minder vers werd.
Waarom een vitamine C tekort nu bijna niet meer voorkomt
Tegenwoordig is onze voedselketen totaal anders. We hebben het hele jaar door toegang tot verse groenten, diepvriesfruit, citrusvruchten, paprika’s, aardappelen en kool. Juist producten die rijk zijn aan vitamine C. Ook koeltechniek, transport en opslag zijn verbeterd, waardoor voeding bijna geen vitamineverlies meer heeft tijdens de winter.
Daarom zeggen voedingswetenschappers nu: een vitamine C tekort komt in Nederland nauwelijks nog voor. Zelfs als je een paar dagen minder gezond eet, krijg je via normale voeding meestal ruimschoots voldoende binnen.
Hoeveel vitamine C je lichaam écht nodig heeft
Het lichaam heeft niet veel nodig: ongeveer 75 milligram per dag. Een kleine portie paprika, kiwi of sinaasappel zit daar al ruim boven. Zelfs aardappelen leveren meer vitamine C dan veel mensen denken.
Extra supplementen zijn dus zelden nodig, behalve bij specifieke medische redenen of zeer eenzijdige voeding.
Waarom sommigen de ‘R-maandenregel’ nog steeds geloven
De regel is blijven hangen omdat mensen vroeger daadwerkelijk vaker tekorten hadden, de link tussen vermoeidheid en een eentonig winterdieet logisch leek, en omdat dit soort generatie-wijsheden nu eenmaal lang blijven rondzingen.
Maar de situatie van toen lijkt niet op die van nu. We eten gevarieerder, krijgen meer vers binnen en hebben jaarrond toegang tot vitamine-rijke voeding.
Hoe je nu wél voldoende vitamine C binnenkrijgt
Je hoeft niets ingewikkelds te doen. Met normale voeding zit je vrijwel altijd goed. Denk aan groenten bij elke maaltijd, een stuk fruit per dag of simpelweg af en toe een kiwi, citrusvrucht of paprika. Daar komt je lichaam moeiteloos de winter mee door - mét of zonder R in de maand.
- Universiteit van Nederland
- Canva