Lange tijd werd het ketogeen dieet (extreem weinig koolhydraten, veel vetten) weggezet als de zoveelste afslankhype. Maar in de medische wereld vindt momenteel een stille revolutie plaats. Wetenschappers onderzoeken of dit dieet een krachtig wapen kan zijn tegen ernstige mentale aandoeningen zoals depressie, bipolaire stoornissen en zelfs schizofrenie. Welkom in de wereld van de metabole psychiatrie.
Een eeuw oude ontdekking
Het idee is minder nieuw dan je denkt. Al in de jaren '20 werd het keto-dieet ontwikkeld om epilepsie bij kinderen te behandelen. Wanneer het lichaam geen suikers (glucose) meer krijgt, schakelt het over op het verbranden van vetten, waarbij 'ketonen' vrijkomen. Deze ketonen dienen als een superbrandstof voor de hersenen en kunnen de overprikkeling in het brein remmen.
De hersenen als energiecentrale
Psychiater Christopher Palmer van Harvard Medical School stelt dat veel mentale problemen in de kern metabole problemen zijn. Onze hersenen zijn energievreters: ze verbruiken 20% van al onze energie. Als de 'energiecentrales' van onze cellen (de mitochondriën) niet goed werken, kan dat leiden tot psychische klachten.
Keto lijkt hier op drie manieren te helpen:
- Stabiele energie: Ketonen leveren een efficiëntere brandstof dan glucose, waardoor hersencellen beter functioneren.
- Minder ontsteking: Het dieet vermindert ontstekingswaarden in het lichaam en brein.
- Balans in neurotransmitters: Onderzoek suggereert dat keto de balans herstelt tussen stoffen die het brein prikkelen (glutamaat) en stoffen die het brein kalmeren (GABA).
Hoopvolle resultaten
De verhalen zijn soms wonderbaarlijk. Zo ging een patiënte van Palmer na decennia van schizofrenie in volledige remissie nadat ze met keto startte om af te vallen. Ook bij bipolaire stoornissen en anorexia worden de eerste positieve pilot-resultaten gemeld.
Nog even een kanttekening: Hoewel de resultaten hoopgevend zijn, benadrukken experts dat je dit nooit alleen moet proberen bij ernstige klachten. Een streng dieet kan ook stressvol zijn en moet altijd onder medisch toezicht gebeuren. Bovendien zijn er grotere klinische studies nodig om te bewijzen of het bij iedereen werkt.