Onderzoek toont aan: de woonomgeving van je kind kan invloed hebben op de ernst van astma

Onderzoekers analyseerden data van maar liefst 4,5 miljoen Nederlandse kinderen tussen 2018 en 2022 en legden deze naast cijfers van het CBS. De conclusie is opvallend: kinderen die opgroeien in huurwoningen, in gezinnen met een lager inkomen of met een migratieachtergrond, worden vaker getroffen door ernstige vormen van astma.

Onderzoek toont aan: de woonomgeving van je kind kan invloed hebben op de ernst van astma

Voor ouders van een kind met astma is het een constante zorg: de angst voor benauwdheid en ziekenhuisopnames. Vaak zoeken we de oplossing in medicijnen en puffer-schema’s. Maar uit grootschalig nieuw onderzoek van het Emma Kinderziekenhuis (Amsterdam UMC) blijkt nu dat we verder moeten kijken dan alleen het medicijnkastje. De plek waar een wieg staat, blijkt namelijk een grote rol te spelen in hoe ernstig de astma zich ontwikkelt.

Risicogebieden in kaart gebracht

Het onderzoek laat zien dat ernstige astma niet gelijk verdeeld is over Nederland. Er zijn specifieke 'hotspots' aan te wijzen waar de aandoening vaker voorkomt. Woon je in de regio Haaglanden, Flevoland, Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond of Kennemerland? Dan is de kans op ernstige astma statistisch gezien groter.

De verschillen zijn aanzienlijk, zo legt kinderarts-intensivist Berber Kapitein uit. Zij ziet de gevolgen dagelijks in het ziekenhuis. "Binnen die hotspots zie je dat kinderen uit de laagste inkomensklasse een 2,6 keer grotere kans hebben op een IC-opname voor ernstig astma dan kinderen uit de hoogste inkomensklasse", zegt Kapitein.

Jaarlijks moeten ongeveer 2.300 kinderen worden opgenomen in het ziekenhuis vanwege hun benauwdheid. Een deel daarvan belandt zelfs op de intensive care. Het onderzoek onderstreept dat deze groep kinderen vaker een migratieachtergrond heeft of in een huurhuis woont.

Wat is de oorzaak?

Het feit dát er een verband is, staat nu vast. Maar waarom leiden juist deze omstandigheden tot ernstigere klachten? Dat is de vraag waar het vervolgonderzoek zich op richt. Kapitein benadrukt dat de harde oorzaken nog niet definitief zijn vastgesteld, maar er zijn wel duidelijke vermoedens. Daarom gaan het Amsterdam UMC, de GGD en de gemeente Amsterdam nu letterlijk achter de voordeur kijken.

Factoren zoals vocht, schimmel, gebrekkige ventilatie en fijnstof in de wijk spelen waarschijnlijk een grote rol. Ook het gedrag binnenshuis wordt onder de loep genomen. "Ook kijken we of er meer mensen per oppervlakte wonen en of er op gas wordt gekookt. Beide factoren hebben invloed op het binnenklimaat", zegt Kapitein.

Daarnaast wordt er gekeken naar sociale barrières. "Verder willen we de rol van de migratieachtergrond onderzoeken. Gaat het om een taalbarrière, kunnen de ouders de zorg minder goed vinden of zijn er andere factoren waardoor kinderen meer last hebben van astma?"

Een bredere blik op behandeling

De belangrijkste les uit dit onderzoek is dat de behandeling van een kind met ernstige astma niet stopt bij de arts. Het vraagt om een bredere aanpak. Als een huis vochtig is of vol schimmels zit, helpt een extra inhalator maar beperkt.

Volgens Kapitein begint de oplossing bij inzicht in de situatie. "Astma is meer dan alleen een medische aandoening. We moeten ook kijken naar de omgeving van het kind. Zo kunnen artsen en gemeenten samen gezinnen ondersteunen en kunnen ouders beter advies krijgen over leefomstandigheden die astma-aanvallen verergeren."

Voor ouders en artsen is dit een belangrijk signaal: kijk bij ernstige klachten niet alleen naar de longen, maar ook naar de leefwereld eromheen.

Gezondheid