Proteïnepaniek of pure noodzaak? Wat klopt er van de eiwit-trend?

We kunnen er tegenwoordig niet meer omheen. Van proteïnekwark tot -repen, shakes en zelfs chips met extra eiwit: we worden overspoeld door producten die beloven bij te dragen aan een gezond en sterk lichaam. Maar hebben we die extra eiwitten eigenlijk wel echt nodig? Of slaan we een beetje door in onze proteïne-obsessie?

eiwitten

Eiwit: echt noodzakelijk of opgeblazen trend?

We weten het inmiddels wel: eiwitten zijn, net als vetten en koolhydraten, onmisbare bouwstenen voor een gezond en sterk lichaam. Koolhydraten vormen de belangrijkste energiebron; je lichaam zet ze om in glucose, wat direct wordt gebruikt als brandstof. Vetten dienen juist als een langzamere energievoorraad. En eiwitten? Die zijn er vooral voor de opbouw en het herstel van je lichaam, denk aan spieren, huid, botten en bindweefsel.

Opvallend genoeg heb je van eiwitten, in verhouding tot vetten en koolhydraten, het minst nodig. Toch lijkt de wereld om ons heen iets anders te suggereren. Sporters, merken, influencers en supermarkten creëren het beeld dat we altijd in een eiwittekort zitten. En dus verschijnen er steeds meer producten met een extra portie proteïne: van ontbijtgranen tot ijs, van pannenkoeken tot chips. Eiwit wordt massaal toegevoegd aan yoghurt, repen, tonijn, granola, brood en zelfs drankjes als sojamelk. Foodswaps worden gepromoot waarbij koolhydraten worden ingeruild voor eiwitrijke alternatieven.

Maar is die eiwitobsessie wel nodig? En wellicht nog belangrijker: kun je ook te veel eiwitten binnenkrijgen? Tijd om de feiten op een rijtje te zetten.

Hoeveel eiwitten heb je echt nodig?

Je eiwitbehoefte hangt af van meerdere factoren: je geslacht, leeftijd, lichaamsgewicht, hoeveel je beweegt en je persoonlijke doelen. Iemand die dagelijks aan kracht- of duursport doet, heeft meer eiwitten nodig dan iemand met een zittende leefstijl. De reden hiervoor is dat eiwit de spiergroei bevorderd en bijdraagt aan het snel en goed herstellen van spieren. Toch hoef je echt niet dagelijks met een shake rond te lopen om aan je behoefte te voldoen.

Laten we uitgaan van een gemiddeld actieve persoon - iemand die regelmatig sport, maar niet intensief. Volgens prof. dr. Luc van Loon, hoogleraar Fysiologie van Inspanning en Voeding aan Maastricht UMC+, krijg je met een gezond en gevarieerd voedingspatroon meestal voldoende eiwitten binnen. “Als je wat meer beweegt en je wilt je eiwitinname verhogen, dan is dat prima te doen via gewone voeding,” legt hij uit. Eiwitten zijn te vinden in alledaagse voedingsmiddelen zoals vlees, vis, zuivelproducten, eieren, peulvruchten, noten en zaden, en zelfs in brood en granen.

Het toevoegen van extra eiwitten aan producten is vaak overbodig. Luc noemt het voorbeeld van sojadrink met toegevoegde proteïne: “Soja is van zichzelf al rijk aan eiwit. Extra toevoegen is dan echt niet nodig.”

Meer betalen voor hetzelfde?

Naast de inhoudelijke kant, speelt er ook een marketingverhaal. Producten met een hoog eiwitgehalte worden vaak duurder verkocht, terwijl het verschil met normale varianten minimaal is. Een eiwitrijke kwark is soms exact hetzelfde als gewone kwark, alleen het etiket en de prijs zijn anders. “Lees daarom goed de ingrediëntenlijst,” adviseert Luc.

Bovendien is het belangrijk te kijken naar de herkomst van die extra eiwitten. Vaak worden dierlijke eiwitten toegevoegd, terwijl we juist anno 2025 worden aangemoedigd om vaker plantaardig te eten. Hoewel er ook plantaardige bronnen worden gebruikt, zoals erwten-eiwit, gebeurt dat in veel mindere mate. “In die zin zijn al die eiwit-verrijkte producten ook niet per se duurzaam.”

Dat eiwitten belangrijk zijn, staat vast. Maar de trend maakt ze groter dan nodig. Wie gezond en gevarieerd eet, krijgt waarschijnlijk al genoeg binnen, zonder dat daar dure repen, shakes of ‘extra protein’ op de verpakking voor nodig zijn.

Gezondheid
  • Maastricht UMC, Change, Gezondidee
  • Canva