Vakantie naar de andere kant van de wereld, maakt dat gelukkiger?

Denk je dat je ver weg moet voor het ultieme vakantiegevoel? Misschien zit het geheim wel dichterbij dan je denkt.

Vakantie

“Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug.” Een prachtige zin van Spinvis. Maar moeten we echt zo ver gaan om te ontspannen? Hebben we vijf weken Bali nodig om weer op te laden, of werkt twee weken kamperen op Vlieland net zo goed? Wat maakt vakantie eigenlijk vakantie?

We gaan er massaal tussenuit om te ontspannen, te herstellen, om vrijheid te voelen. Omdat we even weg mogen uit onze dagelijkse context, de omgeving die vaak gelijkstaat aan dingen moeten. Even geen wekker, geen baas die in je nek hijgt, geen voetbaltraining van de kinderen, geen huishouden dat roept. Tijd om naar de lucht te staren, uren de krant te lezen, gewoon 'zijn' in plaats van 'doen'.

Waarom ver reizen aantrekkelijk voelt

Veel mensen reizen naar de andere kant van de wereld… om daar exact hetzelfde te doen als thuis wanneer ze vakantie hebben. Boeken lezen, op een bedje liggen, eten, slapen, scrollen. Waarom dan toch zo ver?

Nieuwe omgevingen geven ons brein een oppepper. Prikkels, verrassing, cultuurverschillen: het maakt iets in ons wakker. De geur van onbekend eten op een markt in Vietnam, andere taal, ander ritme. Onze hersenen houden van het onbekende, het voelt als avontuur.

Is ver ook beter?

Volgens psycholoog Judith de Bloom is dat gevoel deels een illusie. Ze noemt het cognitieve dissonantie: “Als je verder gaat, kost het meer geld en moeite, en dus moet het ook leuker zijn. En dat wil je laten zien op sociale media of vertellen aan familie: kijk hoe mooi het is hier!

Ook Ad Vingerhoets, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Tilburg, ziet het al jaren: in onze cultuur lijkt een vakantie pas echte waarde te hebben als het ver weg is. “Hoe verder, hoe beter, zo voelt het soms,” zegt hij. “Als ik naar een congres in Amerika ga, krijg ik meteen te horen: ‘Wat gaaf! Mag ik mee?’ Terwijl het daar op een troosteloze locatie kan zijn. Maar als ik naar een congres in Nederland moet, vraagt niemand iets, terwijl dat soms juist op de mooiste plekken is.”

Wat zegt de wetenschap?

Uit onderzoek van de Radboud Universiteit blijkt iets opmerkelijks: het maakt nauwelijks uit of je kort of lang, ver of dichtbij op vakantie gaat. Het ontspannende effect is in alle gevallen maar kort houdbaar, na een paar dagen thuis zijn de meeste mensen alweer terug op hun oude stressniveau.

Sterker nog: vakanties in een vertrouwde omgeving kunnen juist langzamer aanvoelen. Je brein hoeft minder te verwerken, waardoor de dagen zich rustiger ontvouwen.Twee dagen in een vliegtuig naar Bali voelt ver, en dat is het ook qua afstand. Maar twee dagen wandelen naar Drenthe en daar je tent opzetten, kan mentaal exact hetzelfde effect hebben. Niet omdat de bestemming vergelijkbaar is, maar omdat je brein de tijd die je onderweg bent ervaart als afstand. Het gevoel dat je ‘echt weg bent’, ontstaat niet alleen door kilometers, maar vooral door hoe lang je los bent van je normale ritme. Juist die reistijd, of je nu vliegt of wandelt, zorgt ervoor dat je afstand neemt van thuis.

Conclusie: vakantiegevoel zit niet in kilometers

Reizen kan fantastisch zijn. Nieuwe culturen, herinneringen, verbinding. Maar de kern van vakantie zit niet in hoe ver je gaat, of hoe lang je wegblijft. Het zit in even ontsnappen aan het moeten. In tijd voor jezelf. In loslaten. En dat kan op Vlieland, in Frankrijk, of gewoon een weekendje op de hei.

Dus nee, misschien hoef je helemaal niet ver te reizen om diep te duiken of hard te lachen.

Reizen
  • Quest, Trouw, Spinvis, Eos wetenschap
  • Canva