Het aantal jongeren met een eetstoornis stijgt. Schrijver Jante Wortel deelt haar verhaal in de nieuwe Gezondnu: over de onbewuste sturing van controledrang, #skinnytok en de weg naar herstel.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de nieuwste editie van Gezondnu, met het thema 'Leven vol overgave'. Deze editie ligt nu overal in de winkel en is online direct te bestellen via Tijdschriftland.nl.
Het aantal jongeren met anorexia stijgt. Tegelijkertijd groeit de invloed van fitfluencers, #skinnytok en een cultuur waarin gezondheid meer en meer wordt gekoppeld aan uiterlijk en prestaties. Schrijver en ervaringsdeskundige Jante Wortel dook niet alleen in haar eigen verleden, maar ook in de maatschappelijke factoren achter eetstoornissen. Hoe kunnen we ze tegengaan?
“Toen ik veertien was, rommelde het met vriendschappen op school. We waren met z’n drieën en dat voelde altijd als één te veel of één te weinig. Ik beoordeelde mijn dagen als goed of slecht: goed als ik naast een vriendin had gezeten, slecht als ik me afgewezen voelde. Dat speelde zich grotendeels in mijn hoofd af, maar het bepaalde wel mijn stemming.’’
“Toen de vriendschap uiteenviel, begon de zomervakantie. Ik had behoefte aan een nieuw project, iets waar ik zelf invloed op had. Dat werd gezonder eten, minder snoepen. Iemand zei: ‘Ik moet nog zien hoe lang je dat volhoudt’. Dat werd voor mij een uitdaging. Ik dacht: ik zal wel eens laten zien hoe lang ik dat kan. Het resultaat was er snel. Mensen zeiden dat ik er goed uitzag. Dat werkte verslavend. Steeds meer schrapte ik uit mijn dieet: suikers, maar vooral alles waar vet in zit. Ook bewoog ik veel. Binnen een jaar was ik heel ziek.”
‘Ik beoordeelde mijn dagen als goed of slecht: goed als ik naast een vriendin had gezeten, slecht als ik me afgewezen voelde’
“Veel mensen denken dat een eetstoornis altijd zichtbaar is, maar het speelt zich vooral in je hoofd af. Ik had bijvoorbeeld een streefgewicht. Toen ik dat al snel bereikte, durfde ik niets aan te passen. Uit angst dat bij één ‘verkeerde’ keuze, alles er meteen weer aan zou komen. Ik wist dat het niet goed was, maar ik kon het niet stoppen. In mijn hoofd zit een systeem. Maaltijden hebben kleuren en combinaties moeten kloppen binnen dat systeem. Zo past havermout met rode appel wel in het plaatje, maar met een groene appel niet. Twee dagen achter elkaar hetzelfde eten kan niet, maar om de dag weer wel. Het gaat niet alleen om calorieën, maar om controle. Dat maakt het zo lastig: het voelt alsof je het zelf bent, maar ook weer niet. In therapie wordt het soms de eetstoornisstem genoemd. Een deel van je wil beter worden, maar een ander deel wil dat je doorgaat. Dat levert een constante tweestrijd op.”
‘Zo past havermout met rode appel wel in het plaatje, maar met een groene appel niet’
“Het gaf me controle in een periode waarin ik me onzeker voelde. Ik kreeg ook aandacht en waardering omdat ik afviel. Dat kan een belangrijke factor zijn. Mensen met een eetstoornis hebben vaak het verlangen om er ziek uit te zien. Niet dun, maar ziekelijk dun. Zodat je gezien wordt. Voor mijn boek sprak ik met veel mensen met een eetstoornis. Wat opvalt, is dat het vaak een coping mechanisme is. Als de wereld onveilig voelt, zoek je iets wat je kunt beheersen. Eten en bewegen zijn twee factoren die zich daar goed voor lenen, omdat je er direct en makkelijk zelf invloed op hebt.”
‘Als de wereld onveilig voelt, zoek je iets wat je kunt beheersen’
“Het aantal eetproblemen neemt toe en jongeren worden steeds jonger. Dat heeft te maken met de onzekerheid van deze tijd. Oorlog, klimaatverandering, pandemieën: jongeren krijgen dat allemaal mee. Als de wereld onrustig voelt, ga je op zoek naar controle. Een tijdje geleden liep ik over straat en hoorde ik twee jonge meisjes tegen elkaar zeggen: ‘Denk jij dat het oorlog wordt?’ Daar was ik niet mee bezig op die leeftijd.’’
‘‘Een eetstoornis gaat zelden alleen over eten,” zegt ze.
“Het gaat over controle, onzekerheid en de druk van een samenleving waarin je voortdurend het gevoel hebt dat je beter moet zijn. We leven in een prestatiegerichte samenleving. Iedereen wil iemand zijn. Sociale media versterken dat. Je ziet alleen perfecte lichamen, gezonde maaltijden, strakke routines. Dat kan het gevoel geven dat je niet genoeg doet. Voor het boek deed ik een experiment met algoritmes. Ik klikte een paar keer op filmpjes over gezond eten en afvallen. Binnen korte tijd kreeg ik alleen nog maar dat soort content. Zo kan iemand die al kwetsbaar is, steeds verder die kant op worden geduwd.”
“#Skinnytok lijkt op de pro-ana-websites van vroeger. Filmpjes waarin ziekelijk dun zijn wordt gepromoot. Dat kan aanstekelijk werken, zeker bij jongeren die onzeker zijn. Het algoritme versterkt dat: je klikt één keer en krijgt er meteen meer.”
“Ook de fitnesscultuur kan doorslaan. Als baliemedewerker bij een sportschool zag ik mensen die twee keer per dag kwamen trainen. Dat lijkt gezond, maar kan ook eetgestoord gedrag zijn. Bij mannen uit het zich vaak in obsessief sporten en focussen op spiermassa. Dat herkennen we minder snel als eetstoornis.”
“Wat me ook opvalt: we zijn als samenleving erg bezig met ‘gezond’ eten. Gezonde kantines, geen snoep bij traktaties. Dat is goed bedoeld, maar kan ook een schuldgevoel creëren. Alsof snoep en taart altijd fout is. Volgens mij is nuance belangrijk: af en toe iets eten waar je blij van wordt, hoort voor mij inmiddels ook bij een gezond leven.”
‘Gezonde kantines, geen snoep bij traktaties. Dat is goed bedoeld, maar kan ook een schuldgevoel creëren’
“Herstel is ingewikkeld, omdat een deel van je niet beter wil worden. Je weet dat het ongezond is, maar de eetstoornis geeft ook houvast. Therapie heeft me enorm geholpen. En nog steeds. Erover praten, patronen herkennen en ermee leren omgaan hebben we weerbaar gemaakt.’’
‘‘Het hielp ook om een ander project te vinden. Dat werd schrijven. Ik begon een verhaal en werkte daar elke dag aan. Dat gaf me opnieuw controle, maar dan op een gezondere manier. Schrijven werd een bliksemafleider. In plaats van bezig zijn met eten, kon ik mijn energie kwijt in creativiteit. Dat hielp om langzaam afstand te nemen. Leren vertragen is een ander belangrijk ingrediënt. Ik deed alles gehaast. Nu probeer ik soms bewust te wandelen, een brief te schrijven in plaats van een appje, even stil te staan. Dat klinkt klein, maar heeft een groot effect. Het helpt om uit de controlemodus te komen.
“Weerbaarheid is belangrijk. Laten we jongeren niet alleen leren wat gezond eten is, maar ook hoe je omgaat met onzekerheid of negatieve gedachten. Er is ook nog veel schaamte. Mensen zijn bang om over eetstoornissen te praten, omdat ze denken dat het aanstekelijk is. Maar juist door er niet over te praten, herkennen jongeren signalen minder snel. Openheid kan helpen om eerder in te grijpen.’’
‘‘Laten we daarnaast anders naar gezondheid kijken. Fit zijn, is niet alleen sporten en gezond eten. Het is ook rust nemen, genieten, af en toe iets eten waar je zin in hebt. Het is belangrijk dat we dat genuanceerde beeld schetsen.”
“Ik maak onderscheid tussen genezen en herstellen. Ik ben hersteld: de eetstoornis bepaalt niet meer mijn hele leven. Maar het blijft een kwetsbaarheid. Als ik me onzeker voel, merk ik dat ik sneller teruggrijp op controle rondom eten. Het verschil is dat ik het nu herken. Ik weet wat er gebeurt en kan het loslaten.’’
“Het was een zware periode, maar het heeft me ook veel geleerd. Ik heb mezelf beter leren kennen en weet wat me helpt. Ik weet nu dat ik altijd terug kan naar mezelf, ook als het even moeilijk is.”
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Gezondnu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct