Uit slaaponderzoek blijkt dat een powernap van ongeveer 10 tot 20 minuten voor de meeste mensen de beste keuze is. Volgens onder meer de Sleep Foundation is dat lang genoeg om je alertheid en concentratie een oppepper te geven, maar kort genoeg om te voorkomen dat je in een diepe slaap terechtkomt.
Waarom kort slapen vaak beter werkt
Tijdens een korte powernap blijf je vooral in een lichte slaapfase. Daardoor word je relatief makkelijk wakker en voel je je vaak fris. Blijf je 30 tot 60 minuten slapen, dan is de kans groter dat je midden uit een diepe slaap wordt gewekt. Het resultaat? Dat bekende gevoel alsof je hoofd nog op het kussen ligt, terwijl je lichaam alweer aan het werk moet. Slaapexperts noemen dat slaapinertie.
Heb je juist flink wat slaap gemist en heb je de tijd? Dan kan een dutje van ongeveer 90 minuten een betere keuze zijn. Dat is ongeveer één volledige slaapcyclus. Je doorloopt verschillende slaapfasen en wordt meestal op een natuurlijker moment wakker, waardoor je minder duf bent.
Ook het tijdstip telt mee
Niet alleen de duur maakt uit. Een powernap werkt het beste in de vroege middag, wanneer veel mensen van nature een energiedip ervaren. Doe je laat op de dag nog een dutje, dan kan dat ervoor zorgen dat je 's avonds minder makkelijk in slaap valt.
De conclusie? Zie een powernap als een korte pitstop, niet als een complete overnachting. Zet een wekker op 20 minuten, zoek een rustige plek en geef jezelf even de kans om op te laden. Grote kans dat je daarna weer met een stuk meer energie verder kunt.