Stel je voor: je eet bergen groenten, je bent geobsedeerd door vezels en je staat twee keer per week in de sportschool. Je voelt je fitter dan ooit. En toch, wanneer je jouw lengte en gewicht in de BMI-calculator invoert, springt het stoplicht op oranje: 'overgewicht'. Het overkwam wetenschapsjournalist Carissa Wong, en zij is niet de enige. Hoe kan een maatstaf die zo breed gedragen wordt, er zover naast zitten?
Een rekenfout uit de 19e eeuw
De eerste verrassing zit in de oorsprong. De BMI is niet ontworpen door een arts of een voedingsdeskundige. Het is het kindje van de 19e-eeuwse wiskundige Adolphe Quetelet. Hij was een 'getallen-goeroe' die simpelweg de gemiddelde lengte en het gewicht van hele populaties wilde bijhouden. Het was nooit bedoeld als medisch instrument voor individuen. Toch werd het in 1997 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) omarmd als dé standaard, simpelweg omdat het goedkoop en snel is.
Spieren wegen zwaarder dan vet
Het grootste probleem met de BMI? De formule maakt geen onderscheid tussen botten, spieren en vet. Iemand die fanatiek sport en flink wat spiermassa heeft opgebouwd, kan volgens de BMI in de categorie 'obesitas' vallen, terwijl diegene kerngezond is. Spierweefsel is compacter en zwaarder dan vet, maar de BMI ziet alleen het totale gewicht.
"Ik heb voor het eerst in mijn leven voelbare armspieren door het rotsklimmen, en juist dat duwde me in de categorie overgewicht." – Carissa Wong
De locatie van het vet
Wat de BMI ook negeert, is waar het vet in je lichaam zit. De wetenschap is er inmiddels uit: vet rondom je organen (viscaal vet in de buikholte) is veel schadelijker voor je gezondheid dan vet op je heupen of billen. Dit buikvet verhoogt het risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten aanzienlijk. Je kunt een 'gezonde' BMI hebben, maar door een te dikke buik toch een verhoogd gezondheidsrisico lopen.
Wat zijn de alternatieven?
Gelukkig zijn er modernere manieren om je gezondheid te peilen die verder kijken dan de weegschaal:
- Taille-heupverhouding: De omtrek van je middel gedeeld door die van je heupen. Onderzoek toont aan dat dit een veel betere voorspeller is voor hartaanvallen dan de BMI.
- Body Roundness Index (BRI): Een nieuwe formule die kijkt naar je lichaamsvorm in verhouding tot je lengte. Dit geeft een veel nauwkeuriger beeld van het percentage viscaal vet.
- De spiegel en je conditie: Hoe voel je je? Heb je energie? Passen je kleren nog goed? Dit zijn vaak betere graadmeters dan een rekensommetje.
Focus op gewoontes, niet op cijfers
Cijfers kunnen nuttig zijn als richtingaanwijzer, maar ze mogen niet je hele eigenwaarde bepalen. In plaats van te stressen over die 25.1 op de BMI-schaal, kun je je beter focussen op wat echt telt: voldoende slaap, sociale contacten, regelmatig bewegen en natuurlijk die dagelijkse portie groenten en fruit. Want gezondheid is een gevoel, geen wiskundige formule.