Het is mei, de Internationale Huidkankermaand, en dat betekent dat de discussie over zonbescherming weer volop losbarst. Vooral op sociale media vliegen de beweringen je om de oren: zonnebrand zou kankerverwekkend zijn, je hormonen verpesten of zelfs de oorzaak zijn van verbranding. Het Nationaal Huidfonds trekt nu aan de bel: deze twijfels zorgen ervoor dat mensen zich minder goed beschermen, met alle risico's van dien. Dermatoloog Sven van Egmond zet voor eens en voor altijd de feiten op een rij.
Fabel 1: "Er zitten kankerverwekkende stoffen in de crème"
Dit is een van de meest gehoorde kreten online. De werkelijkheid? Alle ingrediënten in zonnebrandcrèmes worden streng gecontroleerd voordat ze in de schappen belanden. Het misverstand komt waarschijnlijk voort uit het feit dat overmatige inname (zoals het opdrinken van een hele fles) giftig kan zijn, maar bij normaal gebruik op de huid zijn ze volkomen veilig. Wat wél bewezen kankerverwekkend is, is onbeschermde blootstelling aan uv-straling.
Fabel 2: "Chemische filters verstoren je hormonen"
Hoewel sommige lab-experimenten hier suggesties voor geven, is dit effect bij normaal gebruik op de menselijke huid nooit aangetoond. Zonnebrandmiddelen moeten aan strikte veiligheidsnormen voldoen voor ze verkocht mogen worden. De angst voor hormonale verstoring weegt niet op tegen de schade die de zon direct aanricht aan je DNA.
Fabel 3: "Natuurlijke oliën zoals kokosolie beschermen voldoende"
Dit is een gevaarlijke trend. Natuurlijke oliën hebben geen bewezen SPF-waarde en bieden simpelweg onvoldoende bescherming tegen schadelijke uv-straling. Wie hiermee de volle zon in gaat, vergroot het risico op ernstige huidschade aanzienlijk.
Fabel 4: "SPF 50 betekent dat ik de hele dag beschermd ben"
Helaas, de factor zegt niets over de duur van de bescherming, maar over de intensiteit. In het lab wordt getest met een laag crème die in de praktijk bijna niemand smeert. Zweet, wrijving en water zorgen ervoor dat de werking snel afneemt. Zelfs bij waterproof varianten blijft na 40 minuten zwemmen vaak nog maar de helft van de bescherming over. Het advies is dan ook: elke twee uur opnieuw smeren, ongeacht de factor.
Fabel 5: "Ik maak geen vitamine D aan als ik smeer"
Je lichaam is een efficiënte machine. Voor de aanmaak van vitamine D is uv-b-straling nodig, maar een korte blootstelling aan de zon is hiervoor vaak al voldoende. Zelfs met een laag zonnebrandcrème op je huid krijgt je lichaam nog genoeg straling binnen om je vitaminevoorraad op peil te houden.