<-- NIET ACTIEF -->

Gerrit Hiemstra vertelde het dinsdagavond al: vooral woensdagochtend gaat het regenen. Maar belofte maakt schuld en dus stapte ik woensdag de deur uit om 15 kilometer te gaan lopen. Niet te vergeten detail: mét een backpack van 12,5 kilo. Zullen mijn spillebeentjes dat volhouden?

Ik stap de deur uit. Het is droog, maar de dreigende wolken vertellen mij dat het slecht weer wordt. Ik zwiep mijn backpack, gevuld met 13,5 kilo over mijn schouder, klik de bandjes vast en tuur door de straat. Niemand. Hoewel het vandaag flink gaat regenen, trek ik eropuit. Voor CARE. Voor vrouwen die dagelijks einden moeten lopen voor water. Weer of geen weer.

Mijn tocht begint in het centrum van Zwolle. Vijftien kilometer verder is het eindpunt: de Veluwe. Behalve een regenjas, camera, eten en picknickkleed (voor als de zon toch nog gaat schijnen…) neem ik ook flesjes drinken mee. Twintig in totaal, om uit te delen aan andere wandelaars.

Veters strikken en de tocht kan beginnen. Het heeft al geregend, mar ik begin mijn tocht – gelukkig – droog.

Het gewicht van mijn backpack valt me niet mee. Na een uur lopen moet ik hem echt even afdoen. 

Vanaf de knalrode spoorbrug kun je de Veluwe al zien liggen. Maar schijn bedriegt: het is nog zo’n tien kilometer.

De regen heeft zijn werk gedaan in het bos; de dennengeur komt me tegemoet. Die is echt op z’n best na een flinke regenbui. Wat dat betreft zou ik vaker moeten lopen in de regen! 

Het vlakke landschap laat ik achter me. Ik ben officieel op de Veluwe (vlakbij Wezep). Hoera! 

De hele route zie ik een handjevol wandelende mensen. De meesten lopen me haastig voorbij, om zo min mogelijk nat te worden. Maar een paar mensen kan ik van een sapje voorzien. En na 15 kilometer ben ik zelf ook wel toe aan een sapje. Mmmm…

En de terugweg? Als een bus aankomt rijden, steek ik voor ik het weet mijn hand uit. Ik besef dat dit een enorme luxe is. De vrouwen waar ik voor wandel hebben geen keus. Weer of geen weer, zij lopen elke dag om zichzelf en hun gezin te voorzien van water. Als ik in de bus stap, besef ik me wat een ‘lucky bastard’ ik ben. Net als mijn spillebeentjes, die dit eind niet elke dag móeten afleggen. 

Lian van Doorn