Wandelen. Bergen, bos, hei. Een beetje rondlopen lijkt niets, maar voor mij is het alles. Nou ja alles…door het wandelen kom ik (weer) bij mezelf. Met mijn lief, een vriendin, maar vooral als ik alleen loop vind ik de rust. Niet altijd gelijk, maar naarmate de tocht verloopt, gebeurt het: ik hoef niets, ik moet niets. Gedachten komen, problemen gaan.

Een stadsmens ben ik niet. Regelmatig ben ik wel in de bossen te vinden. Zomaar een wandeling, een flinke uitgezette route, of samen ’s avonds even wild spotten.

Zo ook vanmiddag tijdens het stappen maken voor CARE. Tijdens de Deelerwoud-route moet ik natuurlijk een aantal keer aan de Afrikaanse-vrouwen en hun essentiële water denken. Niet zo levensbedreigend als voor hen -als ik er een tijdje niet op uit ga- maar ik heb het wandelen wél nodig. Op een gegeven moment merk ik aan alles: ik moet weer gaan lopen. Moet, moet. Dat klinkt als ‘moeten’, maar dat is het juist niet.

Mijn route start in de bossen. Eerst vind ik niet de rust, ik denk steeds aan wat ik straks zou kunnen opschrijven, of welke foto ik moet maken. Dat voelt nog als moeten.

Maar toch, naarmate de route verder gaat en ik steeds verder de bossen in loop, komt ook de rust uiteindelijk. Ik zié de paarse lupinen, de hertensporen bij een poeltje (ook water nodig!) en de omgewroete grond door de zwijnen. Hoor de vogels en de wind. Verder niets.

Een stuk verderop kom ik een man en vrouw tegen die met megagrote cameralenzen in het bos staan te turen. Zachtjes sluip ik dichterbij en fluister: “Varkens?”, waarop zij hardop zeggen: “Nee, een vlinder”. Ze vertellen dat daar vaak damherten lopen, maar nu dus niet. Ze hebben het nog niet gezegd of ineens staat 100 meter verderop een Schotse Hooglander op, om even lekker tegen een boom te krabben. De man is zo vriendelijk mij met deze Schotse zwaargewicht op de foto te zetten; wat een prachtbeesten zijn het toch. Ik kwam ze vandaag op verschillende plekken tegen!

Heel wat stappen verder maakt het bos plaats voor de hei, wat direct een heel andere sfeer geeft: wat een ruimte, en wat kun je ver kijken! In een grote lus loop ik om de hei heen. Aan de andere kant zie ik wél die damherten, maar voor een foto zijn ze helaas te ver.

Het laatste gedeelte van de route stuurt me weer door het bos en uiteindelijk naar de parkeerplaats, waar ik mijn laatste water drink. Ik ben er: warm, vermoeide voeten, maar met een leeg hoofd!

Francisca ten Brinke