Het is een bekend scenario op sociale bijeenkomsten: iemand die zich ongemakkelijk voelt, zoekt steun bij een glas alcohol om de scherpe randjes van de spanning te halen. Voor jongvolwassenen met een diagnose ADHD blijkt dit mechanisme echter een aanzienlijk grotere rol te spelen in de ontwikkeling van ADHD en problematisch alcoholgebruik. Recente data suggereren dat deze groep tot twee keer vaker te maken krijgt met afhankelijkheid of misbruik dan leeftijdsgenoten zonder deze neurodivergente kenmerken.
Onderzoekers analyseerden voor deze studie de gegevens van 333 jongvolwassenen, waarbij de helft een ADHD-diagnose had. De deelnemers werden gevolgd in de cruciale fase tussen hun 18de en 23ste jaar. In deze periode rapporteerden zij hoe zij hun eigen sociale vaardigheden ervoeren, waarom zij dronken en hoe vaak dit gebeurde. De resultaten, gepubliceerd in een analyse over de overgang naar volwassenheid, werpen een verhelderend licht op de psychologische drijfveren achter middelengebruik.
De rol van sociale onzekerheid bij jongvolwassenen met ADHD
Uit de data blijkt dat de manier waarop iemand zijn eigen sociale vaardigheden inschat, een sleutelrol speelt. Jongeren met ADHD geven gemiddeld vaker aan zich minder op hun gemak te voelen in sociale interacties of zichzelf als minder sociaal vaardig te zien. Deze onzekerheid hangt nauw samen met het gebruik van alcohol als copingstrategie. In plaats van te drinken voor het plezier, wordt alcohol ingezet als een instrument om negatieve gevoelens of sociale angst te reguleren.
Deze motivatie - het vermijden van ongemak - is een sterke voorspeller voor het ontstaan van alcoholgerelateerde problemen op 23-jarige leeftijd. Het gaat hierbij om een complexe wisselwerking waarbij de neurobiologische kwetsbaarheid van ADHD samenkomt met dagelijkse sociale uitdagingen. De neiging om alcohol te gebruiken als 'sociale smeerolie' is bij deze groep vaak geen vrije keuze, maar een reactie op een tekort aan sociale hulpmiddelen om met dergelijke situaties om te gaan.
Verschillende drinkmotieven leiden tot verschillende uitkomsten
Niet elke vorm van drinkgedrag bij ADHD leidt tot dezelfde risico's. Het onderzoek toont een correlatie aan tussen ADHD in de kindertijd en een lagere motivatie om te drinken puur om 'socialer' te worden. Jongeren die deze specifieke sociale motivatie misten, vertoonden op latere leeftijd juist minder vaak zwaar drinkgedrag. Dit suggereert dat de risico's vooral liggen bij het drinken om sociale stress te dempen, en minder bij het drinken om de sociale ervaring te vergroten.
Deze nuance is cruciaal om het risico echt te begrijpen. Wie als kind met ADHD vaak is buitengesloten, ontwikkelt later sneller stress in groepen. Alcohol wordt dan een onbewuste manier om toch 'mee te komen' met de sociale norm, wat precies de weg vrijmaakt voor problematisch drinkgedrag.
Hoe we sociale weerbaarheid bij ADHD vergroten
Deze inzichten bieden een duidelijk aanknopingspunt om jongeren beter te helpen. In plaats van alleen te waarschuwen voor de gevaren van alcohol, is het effectiever om de sociale onzekerheid aan te pakken die eronder ligt. Door jongeren met ADHD al vroeg te leren hoe ze gezonder kunnen omgaan met sociale stress, verkleinen we de kans dat ze naar de fles grijpen als 'oplossing'.
In de praktijk betekent dit meer aandacht voor trainingen waarin jongeren sociaal zelfvertrouwen opbouwen in een veilige omgeving. Experts raden aan om sociale situaties stap voor stap aan te gaan, zonder dat alcohol daarbij nodig is. Zo ontdekt een jongere dat hij ook zonder dat steuntje in de rug prima uit de verf komt. Merk je dat sociale angst of alcoholgebruik toch de overhand krijgt? Trek dan tijdig aan de bel bij een arts of therapeut; zij kunnen samen met de jongere een plan op maat maken.