Achteraf baal je. Waarom ben ik zo’n pleaser? Waarom heb ik geen ruggengraat? Wees gerust: je bent niet zwak. Er is een grote kans dat je zenuwstelsel op dat moment de regie overnam. We kennen allemaal de klassieke stressreacties: Vechten (fight), vluchten (flight) en bevriezen (freeze). Maar psychologen wijzen steeds vaker op de vierde, vaak over het hoofd geziene reactie: Fawning. Oftewel: pleasen als overlevingsstrategie.
Geen karaktertrek, maar biologie
De term Fawning is gemunt door psychotherapeut Pete Walker, gespecialiseerd in trauma en PTSS. In zijn baanbrekende boek Complex PTSD: From Surviving to Thriving omschrijft hij het als een reactie waarbij iemand probeert dreiging te voorkomen door de ander te behagen of te sussen.
Waar ‘vechten’ zorgt voor agressie en ‘vluchten’ voor afstand, zorgt fawning ervoor dat je jezelf volledig wegcijfert om de harmonie te herstellen. Het is een oerinstinct. Vroeger, in de oertijd, was dit soms de enige manier om te overleven als je tegenover een sterkere vijand stond: je onderdanig opstellen zodat je niet werd aangevallen. Vandaag de dag reageert je oerbrein nog steeds zo op een dominante baas, een kritische partner of een veeleisende vriendin, beweert Walker.
Hoe herken je de Fawn-respons?
Fawning is meer dan gewoon ‘aardig zijn’. Aardig zijn is een keuze; fawning is een reflex. Je herkent het aan deze signalen:
- Je verontschuldigt je constant, ook als je niets fout hebt gedaan.
- Je kunt moeilijk voelen wat je zélf wilt of vindt als je bij anderen bent.
- Je lacht situaties weg die eigenlijk pijnlijk of grensoverschrijdend zijn.
- Je voelt je na een sociale afspraak vaak compleet uitgeput.
Volgens Dr. Arielle Schwartz, klinisch psycholoog, is fawning vaak geworteld in de jeugd. Op haar website legt ze uit dat als je als kind leerde dat ‘nee zeggen’ leidde tot ruzie of afwijzing van je ouders, je zenuwstelsel leerde dat ‘meegaan’ de enige veilige optie was. Je werd de perfecte bemiddelaar, de 'good girl', maar verloor daarbij het contact met je eigen grenzen.
De prijs die je betaalt
Hoewel fawning op de korte termijn conflict vermijdt, is het volgens psychotherapeuten op de lange termijn funest voor je gezondheid. Omdat je continu in een staat van alertheid bent (scannen: is de ander nog wel blij met mij?), staat je cortisolspiegel permanent hoog. Dit kan leiden tot burn-out, chronische vermoeidheid en zelfs fysieke pijnklachten, omdat je letterlijk je eigen behoeften inslikt.
Uit de Fawn-stand komen
Het doorbreken van dit patroon begint niet met 'gewoon vaker nee zeggen', want dat voelt voor jouw systeem onveilig. Het begint met het kalmeren van je lijf.
- De pauze-knop: Omdat fawning een reflex is, zeg je ‘ja’ voordat je het doorhebt. Leer jezelf een standaardzin aan om tijd te kopen: “Ik kijk even in mijn agenda en kom erop terug.” Dit geeft je zenuwstelsel de tijd om van de alarmfase naar rust te gaan.
- Micro-grenzen: Oefen met hele kleine grenzen bij mensen bij wie je je veilig voelt. Zeg eens dat je liever thee wilt in plaats van koffie. Of dat je die ene film níét leuk vond. Merk op dat de ander niet boos wordt. Zo herprogrammeer je je brein: mijn mening geven is veilig.
- Check je lijf: Voel je een knoop in je maag als iemand iets vraagt? Dat is geen zenuwen, dat is je grens. Luister daarnaar.
Je hoeft niet te stoppen met aardig zijn. Maar er is een groot verschil tussen aardig zijn omdat je het wilt, en aardig zijn omdat je niet durft te stoppen.
- Dineke van Kooten, Pete Walker
- Canva