Hoewel de naam anders doet vermoeden, is het imposter syndroom geen officiële psychologische diagnose. In de wetenschappelijke literatuur wordt meestal gesproken over het impostor phenomenon. Daarmee bedoelen onderzoekers het hardnekkige gevoel dat je je successen niet hebt verdiend en de constante angst dat anderen je capaciteiten overschatten. Het begrip werd al in 1978 geïntroduceerd door de psychologen Pauline Rose Clance en Suzanne Imes. Zij beschreven hoe sommigen hun prestaties systematisch verklaren door geluk, toeval of 'gewoon heel hard werken', terwijl ze doodsbang blijven dat anderen hen uiteindelijk zullen 'ontmaskeren' als een oplichter.
Hoe herken je het imposter syndroom?
Twijfelen aan jezelf is menselijk en heel normaal. Bij het imposter syndroom blijven die twijfels echter hardnekkig terugkomen, ook wanneer je regelmatig positieve feedback krijgt of de ene na de andere mijlpaal bereikt.
Veelvoorkomende signalen zijn:
- Het diepe gevoel hebben dat je jouw successen niet écht hebt verdiend.
- Complimenten direct wegwuiven of toeschrijven aan externe factoren zoals geluk of timing.
- De constante, onderhuidse angst om vroeg of laat 'door de mand te vallen'.
- Extreem hoge, vaak onrealistische eisen aan jezelf stellen (perfectionisme).
Niet iedereen ervaart deze gevoelens op dezelfde manier of even intens. Ze kunnen bovendien tijdelijk sterker aanwezig zijn tijdens transities in je leven, zoals bij het starten van een nieuwe baan, een promotie of een uitdagende studie.
Wat zegt de wetenschap?
Sinds de eerste publicatie in de jaren 70 is er veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Verschillende studies laten zien dat mensen die zich hierin herkennen, vaker gevoelens van angst, stress en perfectionisme rapporteren. Dat betekent niet dat het imposter syndroom deze klachten direct veroorzaakt, maar wel dat ze regelmatig hand in hand gaan. De druk om constant te moeten bewijzen dat je géén oplichter bent, vreet immers energie.
Onderzoekers denken dat er altijd meerdere factoren meespelen. Je persoonlijkheid, een neiging tot perfectionisme, sociale verwachtingen en je werkomgeving kunnen elkaar versterken. Daardoor voelt een succes voor jou als toeval, zelfs wanneer daar objectief gezien geen enkele aanleiding voor is.
Zo ga je anders om met imposter-gevoelens
Het imposter syndroom verdwijnt helaas niet als sneeuw voor de zon door één extra compliment of nóg een prestatie. Juist omdat de twijfel vanbinnen zit, helpt het om de manier waarop je naar jezelf kijkt actief te veranderen.
- Maak een 'succes-dossier': Schrijf je behaalde successen op en bewaar positieve e-mails of appjes van collega's en vrienden. Lees ze terug op de momenten dat de twijfel toeslaat. Dit is jouw zwart-op-wit bewijs tegen je innerlijke criticus.
- Deel je gedachten: Praat over deze gevoelens met collega’s, vrienden of een mentor. Zodra je er hardop over spreekt, ontdek je vaak dat veel meer mensen om je heen exact ditzelfde gevoel kennen. Gedeelde smart is in dit geval écht halve smart.
- Scheid feiten van gevoelens: Onthoud dat voelen alsof je er niets van kunt, niet betekent dat het ook de werkelijkheid is. Gevoelens zijn signalen, geen feiten.