Die onrust heeft een naam: nomofobie. Het woord is een afkorting van no mobile phone phobia en beschrijft de angst of stress die kan ontstaan wanneer je geen toegang hebt tot je mobiele telefoon. Bijvoorbeeld omdat de batterij leeg is, je geen bereik hebt, je telefoon kwijt bent of hem simpelweg thuis hebt laten liggen.
Niet officieel een fobie
Hoewel het woord anders doet vermoeden, is nomofobie geen officiële diagnose. Onderzoekers gebruiken de term om een bepaald soort angst en afhankelijkheid rondom de mobiele telefoon te beschrijven. Een overzichtsstudie van 108 onderzoeken laat bovendien zien dat de onderzoeken naar nomofobie behoorlijk uiteenlopende definities en meetmethoden gebruiken. Daardoor zijn harde uitspraken over hoeveel mensen het precies hebben lastig.
Toch is het verschijnsel interessant. Want voor veel mensen is de smartphone inmiddels zo verweven met het dagelijks leven dat het idee om er even zonder te zitten verrassend ongemakkelijk kan voelen.
Van 'even kijken' naar steeds weer controleren
Waarom is dat eigenlijk zo? Je telefoon is allang niet meer alleen een telefoon. Het is je agenda, navigatie, bank, camera, nieuwsbron en directe verbinding met vrienden, familie en collega's. Als je hem niet bij je hebt, vallen ineens allerlei kleine zekerheden weg.
Daar komt bij dat je telefoon voortdurend om aandacht kan vragen. Een berichtje, melding of nieuwtje is genoeg om het scherm weer te openen. Soms heb je daar helemaal geen bewuste reden voor: je hand gaat bijna automatisch naar je broekzak. En juist dat automatische gedrag kan interessant zijn. Pak je je telefoon omdat je iets wilt doen, of omdat er even niets anders gebeurt?
Hoe vaak komt nomofobie voor?
Een overzichtsstudie en meta-analyse uit 2025 keek naar 43 onderzoeken met in totaal ruim 36.000 deelnemers uit 18 landen. Daaruit kwam naar voren dat ongeveer 26,1 procent milde, 51,3 procent matige en 21,3 procent ernstige symptomen van nomofobie rapporteerde.
Dat klinkt misschien behoorlijk veel. Toch is voorzichtigheid nodig bij deze cijfers. De onderzoekers benadrukken dat het gaat om zelfgerapporteerde symptomen, gemeten met vragenlijsten, en niet om mensen die daadwerkelijk een officiële stoornis hebben. De percentages kun je daarom niet zien als het aandeel mensen dat daadwerkelijk aan nomofobie lijdt. Bovendien verschilde de uitkomst per land, leeftijdsgroep en meetmethode.
Wanneer moet je je telefoon eens wat vaker laten liggen?
Een paar keer per dag je telefoon controleren is natuurlijk niet meteen een probleem. Het wordt interessanter wanneer je merkt dat je niet meer goed zonder kunt.
Let eens op de volgende signalen:
- Je wordt opvallend onrustig als je telefoon niet binnen handbereik is.
- Je controleert voortdurend of je nieuwe berichten hebt.
- Je vindt het lastig om tijdens een etentje, film of wandeling je telefoon weg te leggen.
- Je merkt dat het je slaap, concentratie of sociale contacten verstoort.
Onderzoek wijst erop dat nomofobie verband houdt met onder meer angst, problematisch smartphonegebruik en slaapproblemen.
De simpele test: leg hem eens weg
Wil je ontdekken hoe sterk jouw telefoon je aandacht opeist? Probeer dan eens een klein experiment. Leg je telefoon tijdens het eten in een andere kamer. Zet meldingen uit tijdens een wandeling. Of laat hem een uurtje in je tas zitten zonder steeds te controleren of er iets binnenkomt. Niet om jezelf een telefoonverbod op te leggen of om vast te stellen of je nomofobie hebt, maar om eens te merken wat er gebeurt.
Voel je vooral opluchting omdat je even niet hoeft te reageren? Prima. Voel je een sterke drang om toch te kijken? Dan kan dat een interessant signaal zijn om je telefoongewoonten eens onder de loep te nemen.
Je hoeft je telefoon dus echt niet de deur uit te doen. Maar af en toe zonder kunnen, is misschien wel een handige vaardigheid om te behouden.