Je hoort het op verjaardagen, leest het op het nieuws en merkt het misschien zelfs aan je eigen (klein)kinderen: het gaat niet lekker met de jongere generatie. Dat onderbuikgevoel wordt nu keihard bevestigd. Het RIVM en het Trimbos-instituut luiden de noodklok in een nieuw rapport. De boodschap? Mentale problemen in Nederland nemen in rap tempo toe, en vooral vrouwen en jongeren betalen de prijs.
Het zijn cijfers waar je stil van wordt. Uit de nieuwe Monitor Mentale Gezondheid blijkt dat maar liefst vier op de tien Nederlanders kampen met angst- of depressieve gevoelens. Bij volwassenen heeft zelfs een kwart een psychische aandoening.
Deze golf aan mentale problemen is niet nieuw en ook niet alleen de schuld van de coronacrisis; al sinds 2014 zien onderzoekers de cijfers roder kleuren. Vooral meisjes en jongvolwassenen (16-25 jaar) vallen op. Zij rapporteren steeds vaker somberheid en angst. De grote vraag is: waar komt dit vandaan en – belangrijker nog – wat doen we eraan?
Wooncrisis en lege portemonnee
Volgens het rapport is er niet één schuldige aan te wijzen. Experts benadrukken dat we mentale problemen niet als een losstaand medisch dossier moeten zien. Je omgeving speelt namelijk een enorme rol.
Denk aan financiële onzekerheid: schulden of zorgen over geld gaan hand in hand met angstklachten. Maar ook de woningmarkt nekt veel jongeren; de stress van geen huis kunnen vinden draagt direct bij aan psychische klachten. Tel daar de prestatiedruk en het perfecte plaatje op social media bij op, en je hebt een giftige cocktail.
Plakken we te snel een labeltje?
Dat de nood hoog is, staat buiten kijf. Maar moeten we elk kind dat niet lekker in zijn vel zit direct naar de psycholoog sturen? Als het aan schooldirecteur Gideon Sterkenburg ligt, trappen we even op de rem. Hij pleit voor een nuchtere blik te midden van alle zorgen rondom de mentale problemen van jongeren.
Op zijn school (het Neon College in Enschede) werken docenten en jeugdhulpverleners nauw samen. Ze zien de worsteling van dichtbij, maar Sterkenburg waarschuwt voor het te snel 'medicaliseren' van normaal pubergedrag.
Faalangst of... Netflix?
"Is het bijvoorbeeld zo dat een leerling faalangst heeft, of wil hij of zij gewoon consequent niet voor zijn toetsen leren?" vraagt Sterkenburg zich hardop af. Het is een vraag die veel ouders uit het hart gegrepen zal zijn.
Ook wijst hij op slaapgebrek als trigger voor mentale problemen. "Dat een leerling weinig slaapt, kan ook gewoon door zijn telefoongebruik komen. Dan moet je dus dáár aan werken." Door direct zware jeugdhulp in te schakelen, geef je een kind onbedoeld de boodschap: jij hebt een stoornis, jij hebt hulp nodig. Terwijl het soms 'gewoon' een kwestie is van opvoeding, grenzen stellen en leefstijlverandering.
De paradox: tevreden maar toch angstig
Opvallend in de nieuwe cijfers is een vreemde tegenstelling. Ongeveer 85 procent van de Nederlanders is tevreden met hun leven, maar toch nemen de angsten toe. Een hoog welbevinden beschermt je dus niet automatisch tegen mentale problemen.
Daarnaast is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen. Meisjes en vrouwen rapporteren veel vaker angst en depressie. Experts denken dat dit deels komt doordat vrouwen problemen vaker 'internaliseren' (op zichzelf betrekken), terwijl jongens hun onvrede vaker uiten in gedrag.
De oplossing: niet alleen de dokter
Het RIVM en Trimbos roepen de politiek op: er moet 'boter bij de vis'. Maar simpelweg meer geld naar de GGZ is niet genoeg om de golf aan mentale problemen te stoppen.
De oplossing ligt in een brede aanpak. Dat betekent structurele problemen aanpakken (betaalbare woningen, minder prestatiedruk), maar ook terug naar de basis in de opvoeding: het gesprek aangaan, grenzen stellen aan schermtijd en zorgen voor rust en regelmaat.
Het rapport is een wake-up call. Ja, de mentale gezondheidscrisis is serieus. Maar de oplossing ligt niet alleen in de spreekkamer van de psychiater, maar ook in de Tweede Kamer én thuis aan de keukentafel.
- NOS, NRC
- Canva