Voeding

Deze 7 'gezonde' producten zijn verrassend ultrabewerkt

Je gooit volkorenbrood, havermelk en een bakje vruchtenyoghurt in je mandje. Goed bezig, denk je. Toch belanden deze producten, en nog veel meer, in het verdomhoekje van ultrabewerkt voedsel. Dat label klinkt als een alarmbel, maar de waarheid is gelukkig een stuk genuanceerder.

Maria Mulder
Deze 7 'gezonde' producten zijn verrassend ultrabewerkt

De hele discussie draait om het NOVA-systeem, een manier om voedsel in te delen op basis van hoe erg het bewerkt is. Alles in groep 4, de ultrabewerkte categorie, bevat vaak ingrediënten die je niet in je eigen keuken hebt staan. Denk aan emulgatoren, stabilisatoren of smaakversterkers. Studies laten zien dat veel van dit soort voeding niet best is voor je gezondheid, maar dat betekent niet dat elk product uit die categorie per definitie slecht is.

Van volkorenbrood tot vegaburger: dit maakt ze ultrabewerkt

Wat maakt jouw 'gezonde' keuze dan plotseling ultrabewerkt? Het zit 'm vaak in kleine toevoegingen die een product langer houdbaar, stabieler of lekkerder maken. Hier zijn de verrassende voorbeelden:

  1. Supermarkt volkorenbrood: De basis is top: volkorenmeel vol vezels. Maar voor die zachte textuur en lange houdbaarheid voegen fabrikanten vaak emulgatoren of extra gluten toe. En precies die toevoegingen geven het, technisch gezien, het stempel 'ultrabewerkt'.
  2. Vleesvervangers: Naturel tofu is prima, maar die gemarineerde kipstuckjes of vegaburgers hebben meer nodig. Bindmiddelen voor de structuur en aroma's voor de smaak zijn standaard. Dat duwt ze, ondanks de goede eiwitten, de ultrabewerkte hoek in.
  3. Plantaardige melk: Om te zorgen dat je haver- of sojadrink niet in een waterig goedje met drab verandert, zijn stabilisatoren en emulgatoren nodig. Dat het vaak verrijkt is met vitamines is een plus, maar de hulpstoffen maken het ultrabewerkt.
  4. Eiwitpoeder: Dit is de definitie van isoleren. Het eiwit wordt uit melk of erwten getrokken en wat overblijft is een poeder. Gooi er nog een smaakje, zoetstof en antiklontermiddel bij, en je hebt een ultrabewerkt product te pakken.
  5. Cruesli & krokante muesli: Pure havervlokken zijn geweldig. Maar cruesli wordt krokant door granen te bakken in suiker en olie, vaak met extra smaakjes. Dat is een flinke bewerking en dus belandt het in groep 4.
  6. Bonen in tomatensaus: Een blik bonen is simpelweg bewerkt. Maar de saus eromheen? Die heeft vaak suiker, zout en gemodificeerd zetmeel nodig voor de smaak en dikte. En bam, je zit in de ultrabewerkte categorie.
  7. Yoghurt met een smaakje: Yoghurt naturel: top. Yoghurt met een fruitsmaakje: daar komt meer bij kijken. Naast fruit zijn dat vaak suiker, verdikkingsmiddelen en aroma's. De basis is nog steeds goed, maar door de extra's is het ultrabewerkt.

Moet je dit nu allemaal laten staan?

Het korte antwoord: nee. Het gaat om het totaalplaatje. Diëtisten benadrukken dat het zinvoller is om te kijken naar wat een product toevoegt aan je dieet, in plaats van het blind af te serveren. Die ultrabewerkte havermelk kan een belangrijke bron van B12 zijn, en bonen in saus een supersnelle manier om vezels binnen te krijgen. Het is geen vrijbrief, maar een oproep tot nuchterheid. Een ultrabewerkt product vol vezels is nog altijd een betere keuze dan eentje vol suiker en zout.

De les: focus op je hele eetpatroon, niet op één label

Het label ‘ultrabewerkt’ is dus geen stoplicht dat altijd op rood staat. Zie het als een oranje lampje: even opletten. Vraag jezelf af: wat zit erin? En wat voegt het toe aan mijn dag? Als de basis van je voeding bestaat uit verse, onbewerkte producten zoals groente, fruit, en eieren, dan is er echt wel ruimte voor een volkorenboterham uit de supermarkt of een schaaltje vruchtenyoghurt. Balans, daar draait het uiteindelijk allemaal om.