Een lage suikerinname tijdens de zwangerschap en de eerste twee levensjaren hangt samen met een opvallend lager risico op hart- en vaatziekten op volwassen leeftijd. Het belang van minder suiker voor je baby wordt nu krachtig onderstreept door een unieke studie, gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift The BMJ. De onderzoekers gebruikten een bijzondere "natuurlijke proefopstelling": het einde van de suikerrantsoenering in het Verenigd Koninkrijk in 1953.
De studie analyseerde de gezondheidsgegevens van meer dan 63.000 deelnemers uit de UK Biobank, geboren tussen 1951 en 1956. Door de groepen te vergelijken die wel en niet werden blootgesteld aan de rantsoenering in hun cruciale eerste 1000 dagen (van conceptie tot circa twee jaar), konden de wetenschappers de langetermijneffecten op de hartgezondheid in kaart brengen.
Hoe hangt een lage suikerinname in de jeugd samen met minder hartziekten?
De onderzoekers zagen dat een langere blootstelling aan de suikerbeperking samenging met een significant lager risico op hartproblemen decennia later. Een deel van dit beschermende effect lijkt te komen doordat de groep met een lagere suikerinname op latere leeftijd ook minder vaak diabetes en een hoge bloeddruk ontwikkelde, twee bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten. De resultaten waren indrukwekkend:
- De groep die de volledige periode van rantsoenering meemaakte (in de baarmoeder en de eerste 1-2 levensjaren), had een 20-30% lager relatief risico op onder meer een hartaanval, beroerte, hartfalen en overlijden door hart- en vaatziekten, vergeleken met de groep die na de rantsoenering werd geboren.
De nuance: een verband is nog geen direct oorzakelijk bewijs
Hoewel de opzet van de studie sterk is, benadrukken de onderzoekers dat dit een observationele studie is. Dat betekent dat er een sterk verband (correlatie) is gevonden, maar dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat de lagere suikerinname de directe oorzaak is van de betere hartgezondheid. Er kunnen andere, onbekende factoren meespelen. De onderzoekers hebben wel rekening gehouden met veel verstorende factoren, zoals genetische aanleg en leefstijl, om het verband zo zuiver mogelijk te analyseren.
Wat betekent dit voor de voedingsadviezen van vandaag?
Het meest opvallende is misschien wel dat de suikerlimieten uit de rantsoeneringstijd bijna naadloos aansluiten op de hedendaagse voedingsrichtlijnen. Tijdens de rantsoenering was de suikerinname beperkt tot minder dan 40 gram per dag voor volwassenen, en kregen baby's tot twee jaar geen toegevoegde suikers. Dit ondersteunt krachtig de huidige adviezen van gezondheidsorganisaties zoals de WHO en het Voedingscentrum om geen voedingsmiddelen en dranken met toegevoegde suikers te geven aan kinderen onder de twee jaar. De studie levert historisch bewijs voor het idee dat de eerste 1000 dagen een cruciaal venster zijn waarin voeding de gezondheid voor de rest van het leven kan beïnvloeden.