Aardbeien in januari, boerenkool in de zomer en het hele jaar door knapperige sperziebonen: onze supermarkt is een permanent paradijs van overvloed. Toch knaagt er iets. We horen constant dat we ‘met de seizoenen mee’ moeten eten. Dat zou goedkoper zijn, beter voor de planeet én gezonder. Maar hoe zit dat medisch gezien? Verliezen sperziebonen uit Kenia daadwerkelijk hun vitamines tijdens de reis, en klopt het dat kaskrakers minder voedzaam zijn? Tijd om de feiten te scheiden van de marketingmythen.
De reis van de vitamine: wat gebeurt er na de oogst?
Het klopt dat groenten en fruit op het moment van oogsten - wanneer ze perfect rijp zijn - hun absolute piek bereiken qua vitaminen, mineralen en antioxidanten. Zodra een vrucht of plant van de wortel wordt gescheiden, begint de biologische klok te tikken. Onder invloed van licht, zuurstof en warmte treedt er direct vitamineverlies op. Vooral vitamine C is een uiterst kwetsbare jongen die snel vervliegt.
Als een product buiten het seizoen uit Zuid-Europa of van een ander continent moet komen, legt het een flinke reis af in koelcellen. Ja, tijdens die transportdagen daalt het vitaminegehalte iets. Maar nu komt de paradox: dit gebeurt óók bij Nederlandse seizoensproducten. Een krop sla die in het Nederlandse seizoen wordt geoogst, maar vervolgens dagenlang in een distributiecentrum ligt, daarna in het supermarktschap en tot slot nog een weekend in jouw groentela ligt te verleppen, kan in die tijd tot wel 50% van zijn vitamine C verliezen. 'Lokaal' is dus niet automatisch synoniem aan 'maximaal voedzaam'.
De fabel van de conserveringsmiddelen
In veel populaire lifestyleartikelen wordt beweerd dat er aan groenten en fruit buiten het seizoen 'allerlei chemicaliën en conserveringsmiddelen worden toegevoegd' om ze mooi te houden tijdens de reis. Dit is een hardnekkige fabel. De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) hanteert extreem strenge limieten voor residuen van bestrijdingsmiddelen. Of een tomaat nu uit een hightech Nederlandse kas komt of uit de Spaanse buitenlucht: hij mag geen gevaarlijke hoeveelheden chemicaliën bevatten. Wat wél wordt gebruikt om fruit vers te houden tijdens lange bootreizen, is een volkomen onschuldige waslaag (zoals bij appels) of het verlagen van het zuurstofniveau in de transportcontainer, waardoor de vrucht als het ware tijdelijk 'in slaap' wordt gesust. Niets om bang voor te zijn, dus.
De redding uit het vriesvak: Waarom diepvries goud is
Wie puur kijkt naar de nutritionele waarde van voeding, doet er goed aan om vaker langs het vriesvak of het conservenschap te lopen. Groenten en fruit die bestemd zijn voor de diepvries of de glasbak, worden namelijk direct na de oogst - vaak al binnen een paar uur - verwerkt en diepgevroren. Door deze zogeheten shock-freezing worden de vitamines en mineralen op hun absolute hoogtepunt 'vastgezet'.
Onderzoek van onder andere de universiteit van Californië laat zien dat diepvriesdoperwten, sperziebonen of blauwe bessen buiten het seizoen vaak méér vitamines bevatten dan hun 'verse' broertjes die al een week onderweg zijn vanuit een warm land. Inmaken, invriezen of blancheren is medisch gezien dus een fantastische manier om de voordelen van het hoogseizoen mee te nemen naar de wintermaanden.
De echte winst: variatie wint van het seizoen
Hoewel eten met het seizoen mee fantastisch is voor je portemonnee en de lokale boer steunt, schuilt er ook een gezondheidsrisico in als je er te rigide in doorslaat. In de Nederlandse winter en het vroege voorjaar is het aanbod van de koude grond tamelijk eentonig: veel kolen, wortels en knollen.
Voor een gezond microbioom en een sterk immuunsysteem is variatie echter de allerbelangrijkste sleutel. Je darmbacteriën gedijen bij zoveel mogelijk verschillende soorten vezels en plantenstoffen. Als het importeren van een Spaanse paprika, een Italiaanse courgette of een tros bessen buiten het seizoen ervoor zorgt dat jij gevarieerd blijft eten en je dagelijkse portie van 250 gram groenten haalt, dan is dat medisch gezien vele malen gezonder dan jezelf maandenlang beperken tot louter Hollandse winterkost.
Conclusie: maak de slimme balans
Moeten we de seizoenskalender dan maar overboord gooien? Zeker niet. Seizoensproducten zijn verser, vaak lekkerder van smaak en vriendelijker voor de planeet én je portemonnee. Maar we hoeven groenten en fruit van buiten het seizoen absoluut niet te demoniseren. Ze zijn niet ongezond, ze zitten niet vol giftige chemicaliën en ze bieden de variatie die ons lichaam zo hard nodig heeft.
Wil je de ultieme balans tussen duurzaam, gezond en betaalbaar? Kies in de winter voor Hollandse bewaargroenten (zoals pompoen en bieten), vul dit aan met slimme diepvriesproducten (zoals spinazie en rood fruit) en schroom niet om die Spaanse tomaat of paprika toe te voegen voor de broodnodige kleur op je bord!