Voor het slapen de koelkast plunderen, de koektrommel in duiken of een reep chocolade soldaat maken. Het klinkt als een slecht idee, maar is dat het ook? Met deze vraag klopten we aan bij slaapcoach en -trainer Irma Leijten. Een tipje van de sluier: laat die kaasblokjes en zak chips voortaan maar liggen.

Iedereen staat wel eens voor de tweestrijd: nog iets eten voor het slapen of wachten tot het ontbijt. Waar kun je het beste voor kiezen? “Gaan slapen met een volle maag is niet verstandig, maar met een knorrende ook niet”, vertelt Irma Leijten, slaapcoach en -trainer en schrijver van het boek ‘Eerste hulp bij beter slapen’. “Het is op zich niet verkeerd om iets te eten voor het slapen, zolang het maar geen zware kost is. Zo kun je vetten en eiwitten beter niet later op de avond eten, omdat die meer energie vragen om verteerd te worden. Ons systeem is niet meer gericht op het verteren ervan. Dat werkt niet slaapbevorderend. Een stuk fruit of wat snoeptomaatjes is dan beter dan kaasblokjes of een bakje yoghurt.”

Stabiele bloedsuikerspiegel

Eten voor het slapen is dus geen no go, mits je rekening houdt met wat je eet. Maar geldt dat ook voor slechte doorslapers? Zij krijgen wel eens de tip om juíst een kleine snack met eiwitten en vezels voor het slapen te eten. Dat schijnt een lage bloedsuiker te voorkomen; de veroorzaker van een onderbroken nacht. Leijten: “Een wisselende of verlaagde bloedsuikerspiegel kan veel klachten veroorzaken en kan indirect ook de nachtrust verstoren. In het lichaam werkt dat als volgt: na een maaltijd stijgt je bloedsuikerspiegel omdat er voedingsstoffen binnenkomen die omgezet worden in energie. Als de voeding verwerkt is, daalt je bloedsuikerspiegel weer. Zit er een te lange tijd tussen de maaltijd, dan is je bloedsuikerspiegel én energievoorraad behoorlijk gedaald. Je geeft je lichaam het sein ‘er is snel energie nodig’. Je voelt je dan wat slapper of futloos en krijgt de behoefte om snelle koolhydraten en suikers te eten, omdat dat meteen energie geeft. Die energie is ook weer snel op, waardoor je in een vicieuze cirkel belandt.”

Volgens Leijten is het daarom belangrijk om gedurende dag je bloedsuikerspiegel zo constant te houden. “Dat doe je door op regelmatige tijden te eten. Dus een ritme aan te houden voor ontbijt, lunch en avondeten en eventuele snacks tussendoor zoals fruit of wat noten. Zowel eiwitten als vezels zijn gezond om in elke maaltijd terug te laten komen, maar dat hoeft niet per se voor het slapen gaan. Ook slechte doorslapers hebben in de avond niet zo’n eiwitrijke snack nodig. Eiwitten zijn bouwstoffen en goed voor reparatie en herstel. Vezels zijn langzame koolhydraten en zorgen voor een langzamere en meer constante aanvoer van energie dan snelle koolhydraten en suikers.”

Koelkast plunderen = overgewicht

En stel dat je ’s nachts wakker wordt met trek. Is het dan verstandig om je bed uit te gaan om iets te eten? “Beter is om te voorkomen dat je ’s nachts uit bed moet om te eten. Dat kan door een goede avondmaaltijd te nuttigen, zodat je niet met honger naar bed gaat. Als je een paar nachten wat minder goed hebt geslapen, dan kan het zijn dat je denkt dat je honger hebt. Dat komt doordat de verhouding tussen ghreline en leptine verstoord is. Ghreline is het hormoon wat aangeeft dat je eten nodig hebt en leptine is het hormoon wat aangeeft dat je voldoende hebt gegeten. Je hebt dus geen eten nodig, maar wordt voor de gek gehouden door die verstoorde hormoonbalans. Geef er niet aan toe, want hierdoor los je je slaapprobleem niet op en creëer je er zelfs een probleem bij: overgewicht.”