Er is ontzettend veel te doen geweest over het feit dat we te veel achter beeldschermen zitten en daardoor bijziend worden. Wat is erg aan een min-bril? Je hebt superleuke monturen en je wordt tegenwoordig ook niet meer met een bril gepest. Dus waar maken die oogartsen zich nu zo druk over?

Of je bijziend bent, is deels erfelijk bepaald. Ouders die bijziend zijn, krijgen vaker kinderen die ook een min-bril nodig hebben. Uit diverse wetenschappelijke studies blijkt echter dat het ontstaan van bijziendheid (myopie) ook afhangt van je levensstijl. Kinderen die dol zijn op lezen, ontwikkelen bijvoorbeeld vaker bijziendheid.

Steeds meer beeldschermen

Het gaat het niet om lezen an sich, maar om allerlei bezigheden waarbij onze ogen zich lange tijd dichtbij moeten focussen. Omdat we allemaal steeds meer achter beeldschermen zitten en die schermen ook vaak kleiner worden (smartphones), doen we een groter beroep op dat dichtbij zien. Om dat goed te kunnen doen, moeten onze oogspieren zich inspannen. Dit heet accommoderen. Als met name kinderen lang dichtbij kijken (bijvoorbeeld bij intensief lezen, gamen en op een mobiel of tablet kijken) groeit de oogbal uiteindelijk langer. Op die manier hoeft die minder te accommoderen. Je oog past zich dus aan aan onze kijkeisen. Maar als je ogen een specialist worden in dichtbij zien, dan gaat dat vaak ten koste van het veraf zien. En daarvoor heb je dan een bril nodig.

Opleidingsniveau vergroot trouwens ook het risico op bijziendheid. Mensen die veel studeren, zitten nu eenmaal vaker in de boeken. Ook stedelingen blijken vaker een bril voor veraf te dragen dan mensen die buitenaf wonen. Waarschijnlijk omdat die laatste groep meer buiten is en daardoor ook meer veraf kijkt. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat mensen met een hoog opleidingsniveau én een hoog genetisch risico, twintig keer (!) meer kans hebben om bijziendheid te worden dan mensen met een laag opleidingsniveau (alleen basisschool) en een laag genetisch risico.

Buitenspelen tegen een bril

Nu is een beetje min helemaal geen ramp. Maar kinderen die op jonge leeftijd al een bril nodig hebben van -6 of hoger hebben op latere leeftijd een kans van één op drie om ernstig slechtziend of blind te worden. Dus helemaal onschuldig is het niet. De gevolgen van ernstige bijziendheid uiten zich doorgaans pas op latere leeftijd. Daardoor stijgt het risico op allerlei oogziektes zoals maculadegeneratie, netvliesloslating en glaucoom en die aandoeningen vergroten het risico op slechtziendheid en blindheid.

Werk aan de winkel dus. Om de noodzaak daartoe nog eenmaal te benadrukken, brengt
Caroline Klaver, hoogleraar epidemiologie en genetica van oogziekten aan het Erasmus MC, voor Het Oogfonds in kaart waarom ze zich zo’n zorgen maakt: “Van de zestigers is één op de vier bijziend. Van de veertigers één op de drie. Van de twintigers één op de twee.’ En er is geen reden om aan te nemen dat het daarbij blijft. De toename is dus al zeker veertig jaar gaande, maar het is pas de laatste jaren duidelijk geworden.”

Het Oogfonds en Caroline Klaver richten zich vooral op de ogen van kinderen, omdat die nog volop in het ontwikkeling zijn en je in die fase veel kan doen om het oog gezond te houden. Veel buitenspelen (twee uur per dag) is het devies en gewoon minder tuurwerk doen achter schermen. Dat zou een hoop moeten schelen. Kinderogen moeten simpelweg uitgedaagd worden om ook in de verte te kijken.

Computerogen bestaan officieel niet

Maar zelfs als je niet bijziend bent en al lang en breed volwassen bent, eist de beeldschermcultuur zijn tol. De term ‘computerogen’ rolt regelmatig voorbij. Officieel bestaan ze niet, omdat er, aldus Het Oogfonds, geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat werken met de computer slecht voor je ogen is. In de praktijk signaleren mensen die veel achter computerschermen zitten een reeks aan klachten, waarvan vermoeide ogen de belangrijkste zijn. Ook droge en geïrriteerde ogen behoren tot het ‘computeroogsyndroom’ net als hoofdpijn, wazig zien en slecht kunnen focussen.

Hiervoor lijkt het langdurig staren naar het schermen de belangrijkste boosdoener van klachten. Lezen vanaf een beeldscherm is namelijk anders dan lezen vanaf papier. Spiegelingen, reflecties, weinig contrast en een onscherp beeld maken lezen vanaf een computerscherm extra inspannend voor je ogen. Bovendien knipperen we minder vaak als we achter een beeldscherm zitten en daardoor raken je ogen minder goed bevochtigd en sneller geïrriteerd.

Regels voor een gezonde blik

    • Het Oogfonds heeft voor jongeren en kinderen ‘de 20-20-2-regel’ ontwikkeld om je zicht gezond te houden. Maar eigenlijk zouden we die allemaal moeten toepassen, ongeacht onze leeftijd:
  • Na twintig minuten dichtbij kijken, bijvoorbeeld op telefoon of tablet, twintig seconden ver weg kijken (minstens zes meter weg).
  • Elke dag minstens twee uur buiten zijn, inclusief pauzes en bijvoorbeeld wandelen of fietsen van en naar school of werk.

Daarnaast zou het ook helpen om je ogen regelmatig twintig seconden sluiten. Op die manier geef je je zicht even wat en kunnen spanningen op het oog verminderen. Verder is het belangrijk dat je scherm op de juiste afstand staat (vijftig tot zeventig centimeter van je af) en op de juiste hoogte (dat je goed rechtuit kunt kijken). Tot slot is de kwaliteit van het scherm belangrijk en waar je zit. Zorg voor zo min mogelijk glans en spiegeling dat maakt ogen sneller moe.