Wie bij trombose denkt aan ouderen met steunkousen heeft het goed mis. Eén op de duizend Nederlanders, van jong, oud, gezond tot ziek, krijgt er jaarlijks mee te maken. De gevolgen van trombose worden vaak onderschat, terwijl de ziekte bekend staat als een sluipmoordenaar. Vijf belangrijke feiten op een rij.

Stel je stoot je knie en krijgt daardoor een wondje, dan zorgen stoffen in ons bloed ervoor dat je bloed gaat stollen. Wanneer het bloeden stopt, zorgen antistoffen er weer voor dat het stollen stopt. Bij trombose is die wisselwerking verstoord. Zonder dat daar een reden voor is, stolt je bloed met een bloedpropje als gevolg. Het gevaarlijke is dat zo’n bloedprop de bloedvaten kan afsluiten. Dat kan direct zorgen voor heftige pijnklachten, maar geeft ook andere symptomen die veel mensen niet herkennen. Tijd voor meer duidelijkheid over deze aandoening. Dit moet iedereen weten over trombose:

1. De eerste signalen van trombose zijn verschillend

Een bloedpropje kan op verschillende plekken in je lichaam ontstaan. Er bestaan dan ook verschillende soorten trombose. De bekendste zijn een longembolie en trombosebeen- of arm. Hier merk je direct wat van, omdat je been of arm plotseling opzwelt, pijn doet of zwaar voelt. Ook als je huid verkleurt, moeten de alarmbellen gaan rinkelen. Je huid kan ineens heel rood, blauw of juist spierwit worden. Als een bloedstolsel in je longen terechtkomt, spreek je van een longembolie. De symptomen van een longembolie lijken op die van een hartinfarct. Je wordt namelijk kortademig en krijgt pijn tussen je schouderbladen. Bij een hartinfarct, waarbij een bloedstolsel één van de takken van de kransslagaders van het hart helemaal afsluit, kun je juist last krijgen van pijn op de borst en uitstralende pijn naar de arm, keel of kaak.

2. Trombose is één van de belangrijkste doodsoorzaken

Trombose is één van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland. Volgens de Trombosestichting Nederland overlijden één op de vier mensen in ons land aan de gevolgen van deze ziekte. En wie ooit met trombose te maken heeft gehad, moet nog steeds oppassen. Na het optreden van trombose is de kans dat je overlijdt nog jarenlang groter. Dat bleek uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum.

3. Bewegen helpt bloedstolsels voorkomen

Roken, een te hoog cholesterol, diabetes en een hoge bloeddruk kunnen allemaal de kans op trombose vergroten. Zestig procent van alle vormen van trombose in de aderen ontstaat tijdens of na een ziekenhuisopname. Als je een lange tijd ligt, kan je bloed namelijk minder goed stromen en neemt de kans dat je bloed stolt toe. Genoeg bewegen is daarom één van de belangrijkste dingen die je kunt doen om trombose te voorkomen. Stoppen met roken is ook belangrijk, want daardoor klontert het bloed sneller.

4. Een stollingsafwijking in combinatie met de pil is gevaarlijk

Komt trombose voor in je familie of heb je een stollingsafwijking én slik je de pil? Dat kan levensgevaarlijk zijn. Trombose door het slikken van de pil is een zeldzame bijwerking, maar de kans is wél vele malen groter als je er al een erfelijke aanleg voor hebt. Dat bleek uit een promotieonderzoek van klinisch beoordelaar geneesmiddelen Liesbeth van Vlijmen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Van Vlijmen raadt de anticonceptiepil voor deze groep dan ook af. Wanneer je de pil slikt verandert namelijk de samenstelling van je bloed. Je bloed bevat dan meer vrouwelijke hormonen en dat kan de kans op bloedstolsels tot wel vier keer vergroten. Mensen met een erfelijke stollingsafwijking missen bepaalde eiwitten in hun bloed, waardoor bloed sneller stolt. Een zwangerschap kan het risico op trombose bij deze groep vrouwen ook vergroten. De kans dat gezonde jonge vrouwen trombose krijgen door de pil, is wel heel klein.

5. Hoe ouder, hoe meer risico op trombose

Iedereen kan trombose krijgen, dat is een feit. Maar het is wel zo dat hoe ouder je wordt, hoe groter de kans is dat je met trombose te maken krijgt. Bij jongeren is de kans één op de tienduizend, bij ouderen één op de honderd. Hoe ouder je bent, hoe meer je bloed de neiging heeft om vanzelf te stollen. Het is belangrijk dat trombose op tijd wordt ontdekt en behandeld. Meestal krijg je bloedverdunners om het stollen te stoppen en wordt geadviseerd om steunkousen te dragen.