De zo gevreesde jeukrups houdt nog steeds ons kikkerlandje in zijn greep, maar er is inmiddels zelfs een familielid in opkomst. Die smult niet van eiken, maar van dennen en heeft wel een miljoen brandharen. Is de dennenprocessierups er één om in de gaten te houden? We vroegen het bioloog Arnold van Vliet.

Schoolreisjes die worden afgelast, uitverkochte anti-jeukzalfjes en mensen én dieren, van jong tot oud, compleet onder de bulten. De eikenprocessierups domineert al weken het nieuws en de overlast blijft toenemen. First things first: hoe lang gaat dit nog duren?
Bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit en het Kenniscentrum Eikenprocessierups: “Het goede nieuws is dat de directe overlast langzaam aan het afnemen is. De rupsen zijn zich nu aan het verpoppen in de nesten, dus je zult ze niet meer zien kruipen over de bomen. De nesten blijven wel nog een gevaar, zeker als ze uit bomen hangen of waaien. De brandharen van de rupsen blijven namelijk achter in de nesten. Raak deze dus zeker niet aan. Je kunt ook nog steeds klachten oplopen door rondvliegende brandharen, die met het blote oog niet te zien zijn.”

Probleem zwaar onderschat

Als we nog meer rupsenexplosies willen voorkomen in de toekomst, dan moet er nu al nagedacht worden over volgend jaar, zegt Arnold. “Daarom is ten eerste de website processierups.nu gelanceerd, met alle do’s en dont’s voor gemeenten en burgers op een rij. Dat is hard nodig, want de afgelopen maanden hebben wel bewezen dat het probleem zwaar onderschat is. De komende weken kunnen we al in kaart gaan brengen hoeveel vlinders er vliegen om alvast een beeld te krijgen voor volgend jaar. Gemeenten moeten zich beter voorbereiden en al nadenken over het bestrijden van de rups. Zodra de rupsen brandharen hebben kun je ze alleen nog maar wegzuigen, maar in een vroeger stadium kunnen natuurlijke vijanden, zoals de koolmees, ze nog opeten en zo een deel van het werk doen. Niks doen is in ieder geval geen optie, want de klimaatveranderingen worden alleen maar aantrekkelijker voor de rups.”

De dennenprocessierups komt naar Nederland

Helaas is nóg een harige rups die voor overlast kan gaan zorgen: de dennenprocessierups. Deze rups is vergelijkbaar met de eikenprocessierups, veroorzaakt dezelfde klachten alleen leeft, zoals de naam al doet vermoeden, in dennenbomen. De rups is officieel nog niet in ons land gespot, maar gaat volgens Van Vliet zeker komen. “Het is een kwestie van tijd. Wellicht zien we de rups hier volgend jaar al. In Frankrijk en Spanje is al sprake van een plaag en inmiddels is die ook in de Ardennen gespot. De rups verplaatst zich steeds meer naar het noorden.”

Een miljoen brandharen

Is het een rups om in de gaten te houden? “Zeker. Elke dennenprocessierups heeft een miljoen brandharen, een eikenprocessierups heeft er 700 tot 800 duizend. Dat is toch een groot verschil.” Een kleine meevaller is wel dat dennenbomen vooral in bosgebieden te vinden zijn en minder in steden. Toch moeten we deze rups wel heel serieus nemen, zegt van Vliet. “Ze hebben ten eerste een andere levenscyclus. Ze gaan in bijvoorbeeld Frankrijk als rups de winter door en in processie in maart en april, terwijl de eikenprocessierups pas in mei en juni tevoorschijn komt. En de volwassen dennenprocessierupsen verpoppen zich niet in een boom, maar in de grond. Omdat ze dus ook over de grond zullen kruipen, kunnen ze dubbel overlast veroorzaken. Het is belangrijk om ons daar nu al op voor te bereiden, zodat we niet voor verrassingen komen te staan als ze er ineens zijn.”