<-- NIET ACTIEF -->

Het tekenseizoen is weer in volle gang. Dat betekent oppassen in het bos, de duinen, in het weiland én zelfs in je achtertuin. De kans dat je gebeten wordt door dit akelige beestje wil je natuurlijk zoveel mogelijk voorkomen. Hoe? We geven vijf tips.

Hoe warmer het weer, hoe meer teken er actief zijn. Zodra de temperatuur de zeven graden aantikt, komen teken maar wat graag te voorschijn. Dat maakt dat de teek, een spinachtige soort, al vanaf maart gespot wordt. De meeste mensen worden vanaf dan tot en met oktober gebeten. Midden in de zomer, in juni en juli is er nog een piek. Niet alle teken zijn gevaarlijk, want ‘maar’ één of de vijf is besmet met de bacterie die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Toch zijn dat er een heleboel en wil je de kans op een tekenbeet dus zo klein mogelijk houden. Met deze vijf tips gaat dat lukken.

1. Smeer jezelf in tegen teken

Als je jezelf insmeert met DEET wordt de kans dat je gebeten wordt een stuk kleiner. Helaas kan je huid wel allergisch reageren op dit middeltje en is het alles behalve natuurlijk. En het stinkt behoorlijk. Een ander alternatief: plantaardige etherische oliën, zoals theeboomolie of eucalyptusolie. Teken kunnen extreem goed ruiken en hebben een hekel aan de geur van sommige etherische oliën. Het is niet schadelijk voor je huid en niet slecht voor het milieu. Smeer blote plekken in en in ieder geval je schoenen, sokken en het onderste deel van je broekspijpen. Zo houd je teken op afstand.

2. Draag lichte kleding

Je lichaam goed bedekken met kleding is natuurlijk belangrijk, maar ook de kleur van je outfit maakt uit. Als je lichtgekleurde kleding draagt, spot je een teek sneller en kun je hem al verwijderen voor hij onder je keren kruipt. Draag in ieder geval dichte schoenen, sokken en een lange broek als je naar een gebied gaat met veel teken. Teken komen vaak via je broekspijp op je huid.

3. Vermijd bosjes en hoog gras

Nee, teken vallen niet op je vanuit een boom. Dit is een fabel. Teken houden zich wel graag schuil in bosjes, tussen bladeren en hoog gras. Als je een wandeling gaat maken, blijf dan vooral de wandelpaden aanhouden en wijk daar niet vanaf. Loop ook niet door hoog gras in weilanden, want ook daar kunnen teken verstopt zitten. Door over paden te lopen die daarvoor bedoeld zijn, verklein je de kans op een tekenbeet.

4. Check je huisdier op een tekenbeet

Teken reizen maar wat graag mee met je hond of kat. Vergeet daarom niet regelmatig je huisdier te checken. Er zijn speciale middeltjes te koop die huisdieren beschermen tegen teken. Ook je hond of kat kan ziek worden van een tekenbeet, dus controleren kun je beter iets te vaak dan te weinig doen.

5. Doe een bodycheck

Met al deze tips maak je de kans op een tekenbeet zo klein mogelijk, maar het is toch belangrijk om ook jezelf te blijven controleren op teken. Doe daarom als je thuis komt altijd een bodycheck. Teken zitten het liefst op vochtige plekken. Check daarom je haarlijn, bilnaad, oksel, knieholte, lies, oren en voeten.