Verwarm de oven voor op 200 °C.
Vet vier ovenbestendige bakjes van 250 ml in met boter.
Smelt de boter in een steelpan, roer de bloem erdoor en laat de roux voor een minuut garen.
Roer beetje voor beetje de melk door de roux.
Blijf roeren tot een dikke saus ontstaat.
Laat de saus nog een paar minuten garen.
Snipper de bieslook en roer samen met de kaas door de saus.
Splits de eieren en roer de dooiers door de saus (bewaar de eiwitten).
Breng op smaak met zout en peper.
Klop in een kom de over gebleven eiwitten stijf met een mespunt zout tot er zachte pieken blijven staan.
Schep het eiwit voorzichtig door het kaasmengsel en verdeel het geheel over de ingevette soufflébakjes.
Bak de soufflés twaalf tot vijftien minuten in de oven tot ze zijn gerezen en goudbruin.
Maak ondertussen de salade.
Hak de hazelnoten fijn en rooster ze kort in een droge koekenpan.
Schil en snijd een sinaasappel in partjes.
Meng de azijn met de sinaasappelsap en olie en breng op smaak met zout en peper.
Haal de soufflé uit de oven.
Leg er een sinaasappelschijfje naast, een plukje waterkers, geroosterde noten en schenk er de dressing erover.