Er zijn boekenkasten volgeschreven over goed opvoeden. Maar in de praktijk laat je de theorie links liggen en baseer je de opvoeding van je kineren op je gezonde verstand en je gevoel. Toch is het niet verkeerd je opvoeding te toetsen aan de kennis van kinder- en jeugdpsycholoog Marga Akkerman. Ze geeft een checklist van vijf essentiële punten die elke ouder zou moeten weten en doen.

Elke ouder worstelt met de opvoeding van hun kind. Om het zo goed mogelijk te doen volgen we cursussen, gaan naar lezingen en lezen zelfhulpboeken. Opvoeden lijkt soms verdacht veel op werken, zeker als je van jezelf verwacht dat het resultaat moet opleveren en het perfect moet. Pfff … lastig? Ja! We maken het je makkelijk

1. Praten met je kind, start met vragen stellen

Kinder- en jeugdpsycholoog Marga Akkerman: “Er zijn ouders die whatsappen tijdens het eten of alleen met elkaar over hun werk praten. Kinderen worden dan niet actief bij het tafelgesprek betrokken. Of de ouders stellen alleen vragen over prestaties, zoals: ‘Hoe was het op school?’ of ‘Was de juf tevreden?’ Het wordt gezellig wanneer je belangstellende vragen stelt, geen controlerende. ‘Hoe was het op school?’, kan een kind heel makkelijk als controlerende vraag opvatten. De vraag: ‘Was het leuk op school?’, is al veel beter.”

2. Ruimte geven aan je kind, betekent zelf niets zeggen

“Het is belangrijk dat je kinderen evenveel ruimte krijgen om iets te vertellen. Houd daarom in de gaten wie de boventoon voert en geef (als het niet anders kan) beurten. Spreek je kind aan bij zijn of haar naam en stel een concrete en open vraag, zoals: ‘Nou Jasmijn, vertel eens. Hoe was de taalles vandaag?’ Hoe concreter de vraag is, hoe makkelijker kinderen antwoord geven. Daarnaast kun je van bewegelijke kinderen niet verwachten dat ze eindeloos aan tafel blijven zitten. Spreek daarom een limiet af, bijvoorbeeld tien minuten aan tafel zitten, dat op zich geeft al rust.”

3. Praat over seks en start daar al jong mee!

“Op de middelbare school weten pubers heel veel over seks. Ook kunnen ze alles op internet opzoeken. Ze zitten dan zelf volop in hun seksuele ontwikkeling, waardoor het gesprek hierover met hun ouders te dicht op hun huid komt. Het is heel ongemakkelijk om je ouders als seksuele wezens te bekijken. Je kunt het best seksuele voorlichting geven als je kind op de basisschool zit. Ze betrekken het dan nog niet op zichzelf of hun ouders. In de puberteit kunnen ouders op seksueel gebied wel normen en waarden overdragen, zoals: hoe ga je met je vriend of vriendin om? Of: hoe beëindig je een relatie netjes?”

4. Is je kind heel boos? Zoek rust!

“Als je kind ineens gaat schoppen of slaan, is het belangrijk dat je de oorzaak achterhaalt. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dat je gaat schoppen dat kan niet, maar ik denk dat je heel erg kwaad bent. Kun je mij vertellen waar je boos over bent?’ Heb je misschien iets naars meegemaakt?’ Het helpt je kind zijn boosheid te begrijpen, meestal wordt het dan snel minder. Dat is het effect van je inlevingsvermogen.”

5. Verberg je eigen slechte(re) eigenschappen

“Kinderen nemen het goede voorbeeld, maar ook het slechte voorbeeld van hun ouders over. Een voorbeeld is een voorbeeld, jonge kinderen maken er nog geen onderscheid tussen. Let daarom op je woorden en verberg je slechte(re) eigenschappen.”

 

Meer lezen over opvoeden? Lees daar hier meer over.