We doen het elke dag en vaak zonder dat we er echt aandacht aan geven. Jammer eigenlijk, want plassen lijkt zo simpel en vanzelfsprekend, maar is toch een stuk complexer dan gedacht. Daarom schotelen we je graag een gezonde dosis wc-praat voor. En we beloven je plechtig: we houden het netjes!

De blaas is een enorme flexibele spier en geen statische container. Leeg is hij niet veel groter dan een peer, tot aan het randje gevuld heeft hij eerder wat weg van een grapefruit. Er past met gemak een halve liter vocht in, maar de eerste aandrang om te plassen ontstaat doorgaans al als er zo’n 150 tot 200 milliliter plas in zit.

Plassen met je hoofd

De blaas is niet zomaar een tank die alleen maar vocht opvangt. Het is een holle spier voorzien van een zelfdenkende graadmeter, die via een neurologisch netwerk in contact staat met de hersenstam, die uiteindelijk bepaalt of het tijd is om naar wc te gaan. Plassen doe je dus ook met je hoofd. Vervolgens knijpt de blaas zich samen, terwijl de sluitspier van de blaas, die om de plasbuis heen ligt, zich juist moet ontspannen. Om dat proces goed te coördineren is de blaaswand uitgerust met bijzondere cellen die dit alles aansturen. Timing is, daar kan iedereen van meespreken, in dit geval alles. Kan de blaas trouwens knappen als hij te vol wordt? Nee, eigenlijk niet. De blaas is voorzien van een soort noodstop. Hierdoor ga je automatisch plassen als het nodig is om schade aan de blaaswand of nieren te voorkomen.

Niet blijven hangen!

Goed uitplassen is belangrijk, want als er restjes urine in de blaas achterblijft, vergroot dat de kans op blaasontsteking. Des te zorgelijker is dat vrouwen en masse boven de bril blijven hangen als ze ergens buiten de deur naar de wc moeten. Het schijnt dat negentig procent dat (wel eens) doet. Een goede plashouding ziet er heel anders uit: je zet beide voeten op de grond, het bekken is iets gekanteld en de rug is aardig recht. Je oefent geen druk uit op je blaas, maar laat de plas komen. Je neemt je tijd om goed uit te plassen. ‘Stippelsgewijs’ plassen (met korte onderbrekingen) was wel eens het devies om je bekkenbodemspier te trainen, maar dat is ondertussen echt achterhaald.

Recycling: urine = restafval

Hoe vaak je moet plassen, hangt onder meer af van hoeveel je drinkt. Heb je koorts, moet je zweten of ben je aan het overgeven, dan zal je minder vaak moeten plassen. Als je per dag 1,5 tot 2 liter drinkt, dan plas je gemiddeld 5 tot 8 keer per dag. Niet al het vocht wat je drinkt, plas je uit. Het water dat je drinkt, komt via je darmen in de bloedbaan terecht en wordt naar verschillende plekken in je lichaam gebracht. Een deel ervan gebruikt je lijf om het vocht dat je verliest weer aan te vullen. De snelheid waarmee je nieren uiteindelijk het vocht tot urine verwerken, verschilt per persoon, per leeftijd, per seizoen, per geslacht en, is ook afhankelijk van waar je woont. Maar als je een gezond drinkpatroon hebt en goedwerkende organen, dan zou je lijf binnen een uur een glas water omgezet moeten hebben in urine. De nieren spelen hierin een hoofdrol. Zij filteren het bloed en scheiden dat overtollige water af in de urine.

Door een volle blaas neem je betere beslissingen

Onderzoekers van de Universiteit van Twente hebben ontdekt dat je sneller knopen doorhakt en betere beslissingen maakt, als je nodig naar de wc moet. Volgens de wetenschappers houd je bij het maken van beslissingen met een volle blaas beter de lange termijn in de gaten dan wanneer je niet zo nodig hoeft. Ze denken dat de controle die de hersenen uit moeten oefenen over de blaas er ook toe leidt dat je meer controle uitoefent over andere taken en gedachten. Hierdoor zou je minder impulsief reageren.

Urine drinken

Urine drinken wordt gezien als een oud huismiddeltje tegen van alles en nog wat, maar artsen en specialisten raden het en masse af. Het zit namelijk bomvol afvalstoffen, die juist je lijf uit moeten en niet opnieuw naar binnen geloodst moeten worden. Dus als je niet omkomt van de dorst in de woestijn, lijkt er geen gezonde reden om urine te drinken.