Wanneer de klok een uur vooruit gaat, worden miljoenen Nederlanders in de ochtend wakker met dezelfde gedachte: jeetje, wat ben ik moe. Maak kennis met de zomertijd. Want ja, dat ene uurtje maakt écht verschil. Hoe komt het dat we massaal beginnen te gapen van de zomertijd?

Als de klokken een uurtje vooruit gaan, zou je denken dat het niet zoveel uitmaakt. Zodra je ouders je bedtijd niet meer bepalen, varieert de tijd waarop je gaat slapen namelijk enorm. De ene dag lig je om tien uur in bed, terwijl je op zaterdag pas na middernacht je nest opzoekt. Toch maakt het ingaan van de zomertijd veel uit, onder andere voor je energielevel.

Belangrijk: leer jouw biologische klok kennen

Terwijl mobiele telefoons met hun automatische klokken zonder dat je het doorhebt een uurtje verspringen, kan het dagen duren voordat je lichaam van deze kunstmatige tijdswisseling is bijgekomen. Dat heeft alles te maken met de miljoenen inwendige klokken in ons lichaam die aangeven wanneer het tijd is om te eten, slapen, poepen of vrijen. Hoe je je voelt als je net wakker bent, hoe hard je ‘s middags je rondje rent, hoe scherp je in de namiddag reageert tijdens een vergadering … alles wordt bepaald door interne ritmes.

Al die klokken worden aangestuurd door één opperklok. Die zit in de hypothalamus – een deel van je hersenen. De hypothalamus is de centrale stuurkamer dat toezicht houdt op alle ritmes in het lichaam; het zorgt voor ons 24-uurs slaap-waakritme. Die hoofdklok wordt gecorrigeerd door prikkels van buitenaf, waarbij daglicht een heel belangrijke is.

Dat werkt als volgt: het netvlies dat het daglicht opvangt, stuurt een signaal naar de pijnappelklier. Die weet dan dat het tijd is om melatonine te produceren, een hormoon dat ervoor zorgt dat we slaperig worden. Op die manier zet de natuur onze klok dus steeds opnieuw gelijk en zijn we in staat ons aan geleidelijke veranderingen aan te passen.

Waarom ben ik zo moe?

Oké, dat klinkt alleen maar positief, toch? Ja, maar er zitten wat kinken in de kabel. Alleen als het voldoende donker is, kan de aanmaak van melatonine namelijk starten. Dit hormoon zorgt ervoor dat we slaperig worden. Licht onderdrukt de aanmaak van melatonine. En de klok een uur vooruit, betekent ook dat het langer licht is. Dat is fijn (lees: terrasjes en dineren in de tuin), maar je biologische klok geeft daardoor minder snel het signaal ‘slaap’ af. Bovendien blijft het in de ochtend juist langer donker. Lastig, want licht stimuleert de aanmaak van cortisol en adrenaline, hormonen die je wakker en alert houden. Dat komt allemaal wat trager op gang als je in het donker je bed uit moet.

En daar houdt het nog niet op. Je wordt namelijk een uur beroofd van je slaap wanneer de zomertijd ingaat. Je kruipt namelijk een uur eerder onder de wol – wanneer je om elf uur richting je bed gaat, is het eigenlijke pas tien uur, waardoor het je misschien meer moeite kost om in te slapen. Dat verandert je slaapschema. Allemaal niet zo bevorderlijk voor ons energieniveau en onze biologische klok raakt ook even in de war. Het gevolg: hormonen en lichaamsprocessen raken ontregeld. Daardoor ontstaan gezondheidsklachten als slaapproblemen, emotionele labiliteit of oververmoeidheid. En dat terwijl een goede nachtrust zo belangrijk is voor fysiek en mentaal herstel en onze gezondheid.

Acht dagen lang ontregeld

De hoofdklok is redelijk snel op orde. Die loopt na een dag alweer gelijk met het ritme van de wereld om ons heen. Het probleem zit in de kleinere klokken zoals degenen die de maat aangeven in onze spieren, lever en darmen. Die kunnen er wel acht of negen dagen over doen voordat ze zich hebben aangepast. En sommige mensen slapen wekenlang slecht wanneer de zomertijd ingaat. Het is wel voor iedereen verschillend. Avondmensen hebben meer moeite met aanpassen. Tieners ook, net als oudere mensen.