Heb je het idee dat je huid anders is dan vroeger? Droger? Meer trekkerig? Klopt, want je huid is ook anders. Door ‘andere’ hormonen wordt je huid anders en heeft je huid behoefte aan andere verzorging dan een paar jaar geleden. Gun daarom ook je huid de overgang die het verdient.

Van het hormoon oestrogeen wordt vanaf je veertigste steeds minder gemaakt in je lichaam. En de effecten zijn overal merkbaar. Natuurlijk wordt je menstruatie anders, maar je slaapt ook anders. Je reageert anders op spanningen, stress en ruzies. En de conditie van je huid verandert ook. Je huid voelt droger, jeukerig. Hoe zit dat? En moet je na je veertigste een andere huidverzorgingsstrategie gaan toepassen?

Droge huid in de overgang, waar kom dat door?

Dat je als vrouw last krijgt van een drogere huid komt doordat het hormoon oestrogeen afneemt. Oestrogeen zorgt voor de productie van collageen en lipiden. Collageen zijn eiwitten die de huid stevig houden en lipiden zijn vetten die de huid soepel houden. Door het gebrek aan die twee wordt de huid droger en meer trekkerig. Soms heb je ook een meer schilferige huid en een huid die flink jeukt. Geen wonder dat de kans op (nog!) meer rimpels ook flink toeneemt omdat de huid minder vocht vasthoudt.

Een soepele huid na je veertigste

Tegen de natuur kun je niet vechten en dat moet je ook niet willen. Maar help je huid ook niet van de regen in de drup! Juist na je veertigste kun je je huid prima helpen en verzorgen zodat je geen last krijgt van een droge huid. Volg deze stappen:

1. Stop met scrubben en poetsen
Elke huid, of je nu 0 of 100 bent, heeft een barrièrefunctie. Maar we rekken de grenzen letterlijk op om die huid tot het maximale te tergen en te tarten. Zon, douches, make-up, maskers … Misschien kon je huid alles hebben toen je 18 was. Nu die huid iets ouder is geworden, verdient-ie echt wel wat meer respect en rust. Stop daarom per direct met het gebruik van agressieve lotions, make-up, scrubs en ga zeker niet te lang douchen en te heet badderen. De barrièrefunctie van de huid zal zo weer herstellen en dat zorgt er direct voor dat het beter vocht kan vasthouden.

2. Zorg voor een lekker klimaat
Een te heet en te koud (binnen)klimaat heeft een groot effect op je huid; deze wordt droger en droger. Zon met beleid en gebruik een crème met een SPF-factor. Zet in de winter de verwarming niet te hoog en in de zomer de airco niet te koud.

3. Meer water drinken? Niet nodig! Eet liever een wortel
Een vochtarme huid, is een droge huid. En daar valt niet tegen op te drinken! Het is een fabeltje dat veel water drinken je huid zou hydrateren. (Je moet er alleen maar vreselijk vaak van naar de wc!) Goed je huid hydrateren doe je gek genoeg niet via de kraan, maar via voeding. Bèta-caroteen is erg goed voor je huid en zit in groente en fruit met een oranje en gele kleur en in donkergroene bladgroente. Het lichaam kan uit bèta-caroteen zelf vitamine A maken en dat zorgt voor de celaanmaak in de huid. Eet daarom worteltjes, sinaasappels, paprika en spinazie.

4. Smeer anders
Wat maakt je huid droog, of beter gezegd: vochtarm? Vaak komt het omdat de verdamping van vocht uit de huid te groot is; het vocht in je huid blijft niet ‘hangen’. Het kan ook komen doordat in de huid te weinig stoffen zitten die het vocht vasthouden. Wat moet je daarom smeren zodat je huid het vocht wel vasthoudt? Gebruik crèmes met hydraterende ingrediënten zoals plantaardige oliën (zoals olijfolie) of ingrediënten als glycerine, hyaluronzuur en collageen. Het ouderwetse product vaseline is vreselijk vet en zeker niet een natuurlijk product, maar als je huid zeer droog is, kan het echt fijn aanvoelen.

5. Zorg voor vetzuren die je huid voeden
Goede vetzuren geven de huid een gezonde boost. Eet daarom plantaardige oliën, vis, noten en avocado.

6. Vitamine C strijdt tegen rimpels
Vitamine C beschermt je lichaam tegen vrije radicalen die een rol spelen in het verouderingsproces van je huid. Ook helpt vitamine C bij de aanmaak van collageen. Het bindweefsel dat de huid stevig houdt. Belangrijke bronnen van vitamine C zijn kool, citrusfruit, kiwi, bessen en aardbeien – eet die volop.