Cactussen staan bekend als de makkelijkste planten. Ze kunnen in de volle zon staan, hebben weinig water nodig en vinden zelfs de droge lucht van de verwarming geen probleem. Maar hoe kan het dan toch dat je cactus doodgaat? Waarschijnlijk legt hij het loodje door één van deze veelgemaakte fouten.

1. Je geeft je cactus te veel water

Te veel water is doodsoorzaak nummer één van cactussen. Kijk wat je cactus nodig heeft, maar houd ongeveer dit aan: één keer per maand water in de winter, één keer per twee weken in het voorjaar en één keer per week water in de zomer als het echt warm weer is. Geef liever te weinig water dan te veel. Een teken dat een cactus écht te weinig water krijgt, is dat hij krimpt. Dan kun je beter iets meer water geven. Heel belangrijk: let erop dat de aarde nooit vochtig is. Geef daarom water via de onderkant van de pot. Daarvoor heb je een schoteltje nodig die je onder de bloempot zet. Kijk wel na een tijdje of er nog water op het schoteltje ligt. Gooi dat weg of geef het aan een andere dorstige plant.

2. De pot heeft geen gat aan de onderkant

De mooiste plantenpotten hebben vaak geen gat aan de onderkant. Deze potten kun je beter in de winkel laten staan, want je maakt je cactus er niet blij mee. Als het water dat je geeft niet weg kan, gaat de plant namelijk rotten. Koop daarom altijd, maar ook echt altijd, een pot met een gat aan de onderkant. Schoteltje eronder en je bent klaar. Als je een stevige pot vindt zonder gat, kun je natuurlijk proberen om er zelf een gat in te boren.

3. De pot is te klein

In een te kleine pot kunnen de wortels verstikken. Verpotten naar een grotere pot is dan nodig. Het is alleen niet altijd makkelijk te zien wanneer een cactus toe is aan een nieuw ‘huis’. Een aantal aanwijzingen: de grond is wit of groen uitgeslagen, de wortels van de de plant groeien uit het gat onderin de pot, als je de cactus uit de pot haalt zie je bijna alleen maar wortels. Eén keer per jaar verpotten is voor de meeste cactussen genoeg. De beste tijd om dit te doen, is rond februari. Kies een pot die zo’n twintig procent groter is dan de vorige pot en zorg dat de wortelkluit droog is als je gaat verpotten. Leg eerst een laagje verse potgrond op de bodem van de nieuwe pot en vul de ruimte die over is op met nog meer potgrond. Er is ook speciale cactusaarde te koop. Trek natuurlijk wel handschoenen aan tegen het geprik!

4. Je cactus staat in de felle zon

Een cactus verlangt naar ongeveer vijf uur zonlicht per dag. Een plekje bij het raam is daarom perfect. Alleen in de juni, juli en augustus moet je oppassen dat het niet té zonnig is voor je cactus. Net zoals een mens kan een cactus dan verbranden. Zeker als je cactus in de zomer buiten staat, loop je het risico dat hij het niet overleeft. Vergeet ook niet om de cactus af en toe rond te draaien.

5. Hij krijgt onvoldoende licht

Cactussen zijn tropische planten en houden ook van een tropisch klimaat. Een teken dat je cactus niet genoeg zonlicht krijgt, is dat hij in een gekke vorm gaat groeien. Dit is een creatieve manier om op zoek te gaan naar meer licht. Ook als de plant geel van kleur wordt, weet je dat hij iets meer schaduw nodig heeft. Geef hem bij voorkeur een lekkere warme plek in de vensterbank. Let in de zomermaanden op dat het niet te heet is.

Lijkt je cactus niet meer te redden? Probeer dan dit:

  1. Als de cactus er verwelkt, verschrompeld of futloos uitziet en de grond droog is, heeft het zin om hem wat extra water te geven. Is de grond al vochtig? Zoek dan een iets zonnigere plek voor je cactus.
  2. De rottende delen kun je beter zo snel mogelijk verwijderen. Snijd het weg en verpot  de plant.
  3. Verplaats een cactus met een gele schil naar een iets minder zonnige plek. Als na een paar weken de cactus er niet beter uit gaat zien, is het slim om de gele delen af te snijden.
  4. Wolluis en spintmijt zijn de nachtmerrie voor iedere cactusliefhebber. Gebruik een wattenstaafje met ontsmettingsalcohol om de besmette delen schoon te maken.