Een goede buur is misschien wel het beste medicijn tegen eenzaamheid. En, het zijn ook vaak buren die even bijspringen als je ziek wordt of moeilijk zit. Die lieve buurvrouw of -man is dus eigenlijk een perfect anti-stressmiddel. Maar hoe kom je aan zo’n lieve, leuke buur?

Stadspsycholoog Sander van der Ham tegen deed tijdens zijn studie onderzoek naar het thuisgevoel onder ouderen die noodgedwongen in een verzorgingshuis moesten gaan wonen. Conclusie? “Hoe meer mensen zich thuis voelen, hoe beter zij hun lichamelijke gezondheid, geestelijke conditie en levenskwaliteit beoordelen.”

Hoe zorg je dan dat mensen zich zo snel mogelijk thuis voelen? Gemeenschappelijkheid lijkt hierin het sleutelwoord. Hoe meer je gemeen hebt, hoe minder de kans op conflicten, hoe beter je kunt aarden, aldus de stadspsychologie. Ofwel: De kans op een goede relatie met je buren is groter als je veel op elkaar lijkt. Van der Ham: “In Vinex-wijken waar veel jonge gezinnen wonen, heb je dat al gauw. Maar die gemeenschappelijkheid was er ook in de jaren vijftig in de portiekflats. Mensen woonden er graag. Het waren gezinnen met eenzelfde achtergrond, met hooguit een of twee kinderen die samen speelden op binnenhofjes. Maar tijden veranderen. Perfect blijft niet perfect. De huidige bewoners komen uit alle delen van de wereld. Er wonen grote gezinnen dicht op elkaar, er zijn veel verschillen en dat zorgt regelmatig voor problemen. Vanuit de stadspsychologie zou het helemaal niet verkeerd zijn om gelijkgestemden met elkaar in een wijk te laten wonen, maar heel terecht steekt de wet daar een stokje voor.”

Beste vrienden worden is niet nodig

Een goed contact met je buren ontstaat niet spontaan, stelt Van der Ham. “Voor een goede relatie met je buren moet je moeite doen. Je hoeft ook geen beste vrienden te worden met je buren. Maar als je een buurtbarbecue of een jeu-des-boulestoernooi voor de straat houdt, dan bouw je samen aan rituelen en tradities die een band smeden, waardoor een verantwoordelijkheidsgevoel ontstaat naar elkaar en je leefomgeving. In die gemeenschappelijkheid schieten armoede en eenzaamheid minder snel wortel.”

“Er bestaan veel niveaus van contact, die allemaal waardevol zijn”, onderstreept Van der Ham. “In die eerste kring heb je je familie en beste vrienden. Het hart van je netwerk. Daar ga je diepe verbindingen mee aan. Maar je hebt ook veel los-vastcontacten. Buren, mensen van de sportclub of die je kent via school. Die groet je, daar klets je even wat mee. Negentig procent van die mensen zijn passanten, geen echte vrienden. Maar het is juist dat oppervlakkige contact dat ervoor zorgt dat je je gezien en erkend voelt. Een praatje maken bij de buurtsuper en je buurvrouw groeten, dat geeft je het gevoel ergens bij te horen. En dat maakt een mens minder alleen en kan de vicieuze cirkel rondom eenzaamheid doorbreken.”

“Oppervlakkige relaties zijn dus niet per definitie onbelangrijke relaties. Want als de nood aan de man is, zijn het die vele oppervlakkige en hechte contacten samen die allemaal wel bereid zijn om iets voor je te doen. Hoe meer verschillende soorten contacten je hebt, hoe sterker je netwerk. En, een goed netwerk is belangrijk voor een goede gezondheid. In dat kader is het ook doodzonde dat in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw garden city’s ontworpen werden: grote flats met volop groen eromheen, waar wonen, werken en winkelen uit elkaar getrokken werden. Later gebeurde dat ook in de suburbs en Vinex-wijken. Daardoor worden ook nu nog steeds sociale en economische netwerken gescheiden. En dat maakt je kwetsbaarder.”

Bank op de stoep

“Wanneer er geen familie om de hoek woont, worden buren voor je netwerk belangrijker. Iets simpels als een bankje neerzetten op de stoep kan het buurtcontact versoepelen”, is de ervaring van Van der Ham. “De stoep is een interessant fenomeen. Het is een overgangszone tussen privé en publiek domein. Als je zelf geen voortuin hebt en je mag de eerste anderhalve meter van de stoep claimen en inrichten zoals jij wilt, met een bankje en wat planten, dan creëer je meer afstand tot je woonkamer. Mensen kunnen minder goed binnen kijken. Je zit voor je gevoel meer privé en dat verlaagt je stressniveau.”

“Daarnaast verbetert zo’n bank op de stoep het contact met de buren. Want je gaat er even zitten, drinkt een kop koffie. De buurvrouw sluit aan en begint een gesprekje en van het een komt vaak het ander. Voor je het weet, sta je samen bij de gemeente met een idee hoe je de buurt kunt verbeteren of organiseer je met elkaar een buurtbarbecue. En soms gebeurt er ook niets, maar dan is er wel meer contact. Die anderhalve meter voor je huis is goud waard. Meer moet het trouwens ook niet worden. Om grote voortuinen worden algauw hagen en hekken geplaatst en zo sluit je buurtcontact buiten.”