Het is voorjaar, dus buiten sporten kan weer. Bewegen is goed voor iedereen. Maar als je diabetes hebt, geldt dat nog meer. Sporten heeft een positieve uitwerking op de bloedglucosewaarden en vermindert het risico op complicaties. Maar wordt het hardlopen? Of toch fitness? Of wil je gewoon beginnen? Wij zetten de tips, trucs en beste sporten op een rij. 

Het lijkt logisch als diabeet flink te sporten. Maar dat is het niet. Zeker niet als je net de diagnose hebt, dan ben ben je voornamelijk bezig met wennen, leren spuiten, inregelen en het verwerken van alle emoties. Pas daarna kun je voorzichtig denken hoe te sporten. Want het voelt toch anders, sporten met diabetes. Hoe te beginnen? En met welke sport?

Begin rustig 

Rustig aan beginnen is het motto. Bijvoorbeeld met wandelen. Bij het wandelen gaat de verbranding niet zo snel dat je de kans loopt na tien minuten al een hypo te krijgen. Druivensuiker mee, appel mee, bloedglucosemeter mee, en zo kan je niks gebeuren. Naarmate de route langer wordt, wordt de kans op een hypo groter. Niet van schrikken, gewoon gaan zitten, druivensuiker en/of appel naar binnen en je trekt weer bij.

Voetbal, hardlopen en wielrennen 

Bij explosievere sporten als voetbal, hardlopen, wielrennen en tennis kun je meer en grotere schommelingen in je bloedsuikerspiegel verwachten. Lastiger om in te schatten en onder de knie te krijgen. Maar oefening baart kunst!

Fitness

Een grote test is fitnessen. Dat voelt in het begin heftig aan. Je zult je suikerspiegel omlaag voelen gaan. Best spannend, want hoe laag zit je op een gegeven moment? Heb je een glucosesensor, dan kun je de schommelingen goed volgen. Heb je die niet? Dan geldt ook hier het diabetici-adagium ‘meten is weten’, dus neem gewoon je meter mee en schroom niet deze te gebruiken.

Tips

Het uitdokteren hoeveel insuline je moet toedienen, of je extra moet eten voor het sporten en of je de basaalstand van je pomp kunt verlagen, is lastig. Algemeen geldende regels zijn er niet echt, elke diabeet is uniek. Maar je kunt wel dingen doen om het goed onder controle te krijgen:

  • voorzichtige opbouw, zoals hiervoor beschreven, neem je tijd!;
  • druivensuiker en/of appel bij de hand;
  • altijd je meter mee als je geen glucosesensor hebt;
  • volhouden, ‘practice makes perfect’;
  • vraag eventueel medische begeleiding, of begeleiding op een sportschool waar de trainers kennis hebben van diabetes;
  • vertrouw op je eigen inschattingsvermogen.

In het begin zul je best veel moeten uitdokteren, maar dat is het waard. Na een paar maanden kun je weer naar hartenlust sporten zonder je zorgen te maken.

“In het begin durfde ik weinig, maar ik kan weer genieten van sporten”

“In het begin durfde ik weinig qua sport”, zegt Christian Kunze (41). Hij kreeg de diagnose in 2009. “Ik ben voorzichtig begonnen met wat wandelen wat uiteraard meteen tot een hypo leidde. De eerste keer was eng, maar ik leerde de symptomen van een hypo steeds beter herkennen. Na een maand of twee na de diagnose in 2009, durfde ik ook de tennisbaan weer op. Vaak naar de kant om even snel tussentijds te meten in het begin, maar op een gegeven moment leerde ik dat toch los te laten. Je krijgt steeds meer vertrouwen in je eigen inschattingsvermogen omdat je door ervaring ook steeds beter wordt in het bepalen van de hoeveelheid insuline die je nodig hebt.”

“Toch duurde het nog wel even voordat ik weer durfde te fitnessen. Ik voelde daarbij heel duidelijk dat mijn suikerspiegel daalde als ik bezig was. Dat vond ik in het begin eng. Totdat ik hoorde dat ook mensen zonder diabetes dit hebben, vooral als zij een snelle verbranding hebben. Ik blijf het een beetje een raar gevoel vinden, maar ben ook daar inmiddels redelijk aan gewend. En als ik het niet vertrouw, meet ik.”

“Ik heb altijd mijn meter bij me tijdens het fitnessen. Je kunt ook van tevoren al wat doen: ik zorg dat ik nooit lager zit qua suikerspiegel dan 8.0 als ik ga fitnessen. Mijn motto is ‘beter iets te hoog dan veel te laag’, want ik wil geen hypo tijdens het fitnessen. Mocht ik toch laag komen te zitten, dan heb ik een pakje druivensuiker bij de hand of een appel. Zo kan mij niks gebeuren en kan ik weer genieten van het sporten.”