<-- NIET ACTIEF -->

Met elf wedstrijdjaren in het Nederlands hockeyteam liep Olympisch hockeykampioene Kim Lammers behoorlijk wat blessures op. Van gescheurde kruisbanden tot losse teennagels in haar schoen. “Topsport is door de pijngrens gaan”, zegt de snelle spits zonder overdrijving.

Kim Lammers is thuis druk in de weer met haar wasdroger. Ze gaat zo trainen en wil graag schone kleren aan. Tussen de bedrijven door vertelt ze hoe ze zich al elf jaar staande houdt aan de top. Want hockey is een harde sport. “Vooral de voeten en enkelgewrichten krijgen het zwaar te verduren. Dat komt door het snelle wenden en keren op de harde ondergrond van kunstgras. Ook gebeurt het regelmatig dat een rondzwiepende hockeystick je raakt. Zo’n tik levert een blauwe plek op, maar in het slechtste geval breek je wat. Soms komt een bal zo keihard tegen je voet dat je teennagel eraf valt. Bij hockey kun je dergelijke ongelukjes niet voorkomen. Of je zou een soort ijzeren punt in je schoenen moeten doen, maar dan kun je niet meer normaal rennen.”

Sporten met een blessure

“Je moet wel. Ik bedoel, als er tijdens de play-offs een ongelukje gebeurt, zijn er spelers die zelfs nog doorspelen met een gebroken teen. Je kunt dat toch niet in het gips laten zetten. Afgelopen zomer kreeg ik een bal keihard op mijn teen. Daarna deed ik gewoon mee aan de looptraining omdat we midden in de voorbereiding naar de Olympische Spelen zaten. Ik ging gewoon door. Omdat ik al warm was, ging dat nog wel. Al liep ik door de pijn niet zo lekker meer. Uiteindelijk viel mijn grote teennagel er zelfs af. Die is er wel normaal terug aangegroeid, gelukkig. Maar bij veel spelers knalt er zo vaak een hockeystick of harde bal tegen hun voet, dat hun teennagels er niet meer gezond uitzien.”

Hoe kijk je als hockeyer naar je voeten?

“Als je voeten niet in vorm zijn, kun je niet goed presteren. Ik heb zelf niet de meest ideale sportvoeten, ze zijn een beetje doorgezakt. Ik heb daarom extra ondersteuning nodig in het middenvlak van mijn ondervoet. Vorig jaar is er een voetenspecialist bij mij langs geweest en ik speel op aangepaste zolen. Ook heb ik alle verschillende modellen schoenen uitgeprobeerd, om te zien welke schoen het beste bij mijn voeten past. In het verleden, toen ik nog geen zooltjes gebruikte, kreeg ik vaak last van stijve kuiten of enorme kramp in mijn voeten. Maar ja, sporters gaan nou eenmaal door de pijngrens heen. Ik wel tenminste. Dat is niet altijd even slim. Maar als je wilt winnen, moet je de grens opzoeken. Je wilt altijd sterker, beter en sneller worden. En dat gaat vaak gepaard met pijn. Zeker als je een jaartje ouder wordt, zoals ik.”

En je leven na sport?

“Sport zal altijd de rode draad in mijn leven blijven. Als ik stop ga ik nog meer workshops en presentaties geven. Sport is een mooie metafoor. De mentale en groepsdynamische processen binnen een teamsport zijn voor iedereen leerzaam, ook voor het bedrijfsleven. Verder begeleid ik jonge talenten. Maar eerst nog de Wereldkampioenschappen hockey. Vanaf maart train ik alweer elke dag. Wat op zich helemaal niet vervelend is, hoor”, lacht Kim terwijl ze haar sportkleren uit de droger haalt. “Als het tenminste lekker weer is!”