<-- NIET ACTIEF -->

Als je tafelgenoot zit te smullen van zoiets doodnormaals als aardappels die door jou zijn gekookt, dan ben je een groots kok. Want het is toch maar een saaie, alledaagse knol. Maar met een beetje moeite, ontwaakt ook weer bij jou de passie voor patatten. We vertellen je in dit artikel de 5 geheimen van aardappelen.

Geheim 1: Van aardappelen word je niet dik

Aardappels bestaan voor bijna tachtig procent uit water, bevatten geen vet en zijn calorie-arm. Het zijn niet de piepers die ons dik maken, wel als we het eten in de vorm van chips en patat. Of patat met mayo. Of in een stamppot met worst. Vergeleken met dezelfde hoeveelheid rijst of spaghetti, bevatten aardappelen ongeveer de helft van de calorieën.

Geheim 2: In aardappelen zit meer dan zetmeel

Bij aardappels denken we vooral aan de hoeveelheid zetmeel, maar voor veel Nederlanders is dit ronde, bleke product de belangrijkste bron van vitamine C. Daarnaast bevat de aardappel nog veel meer waardevolle voedingsstoffen. Het eten van drie à vier gekookte aardappelen per dag, levert een kwart van onze dagelijkse behoefte aan vitamine B op en de helft van onze dagelijkse behoefte aan vitamine C.

Geheim 3: Ze houden van donker

Aardappels kun je prima op voorraad hebben, maar bewaar ze dan wel in een frisse, donkere plaats zoals de kelder. Of koelkast! Anders gaan ze kiemen, worden groen, verschrompelen of schimmelen. Of koop kleine hoeveelheden per keer.

Geheim 4: Aardappels serveer je het beste koud

Piepers laten je bloedglucose stijgen, toch? Ja en nee … Als je diabetes hebt, heb je vast wel eens gehoord dat je het beste matig aardappelen kunt eten. Dit advies draait om de Glykemische Index (GI). Deze zegt iets over de snelheid waarmee koolhydraten in de darm worden opgenomen. Producten met een hoge GI (Glykemische Index), zijn brood, cornflakes en aardappelen. Producten met een lage GI zijn pasta, peulvruchten en appels. In het algemeen geldt de volgende stelregel: voeding met een lage GI geven minder hoge glucosepieken in het bloed. Dat lijkt een makkelijk toepasbare regel, maar de GI van een product kan variëren. Als je aardappelen kookt, hebben ze een hoge GI. Als je ze koud als salade serveert, wordt de GI juist lager. Grappig genoeg is ook de combinatie belangrijk: piepers met groenten, vlees en wat jus, zorgt dat de GI lager is. Zelfs het moment op de dag maakt uit voor je bloedsuikerspiegel. Er zijn dus veel factoren die onze bloedsuiker bepalen dan alleen de GI. Ban de aardappel dus niet uit, neem kleine porties en kies voor koud!

Geheim 5: Zonder schil? Met schil!

De beste aardappels zijn ongeschilde piepers. Kook ze dus vooral in hun schil; zo behouden ze al hun smaak. Eventueel kun je ze na het koken nog even pellen onder de kraan met stromend water. Of je laat ze in hun schilletje (kies dan wel voor de biologische variant).

Lees meer over dit onderwerp