<-- NIET ACTIEF -->

Geen kruidnoot of stuk speculaas smaakt zonder een snufje nootmuskaat. Maar is het nou een feit of fabel dat dit specerij hallucinaties op kan wekken? En is vers of poeder beter? We duiken in de nootmuskaatbollen!

Tegenwoordig groeit hij in zo’n beetje alle tropische landen, maar van oorsprong komt de muskaatboom alleen voor op de Banda-eilanden. Nootmuskaat is overigens geen noot, maar een pit. Het is lekker in stamppotten, koekjes, aardappelpuree en over verschillende gekookte groentes. Maar het zit ook vaak in massageolie. Het verbetert de doorbloeding en geeft een warme gloed. Dat kan prettig zijn als je spierpijn hebt of stijve gewrichten.

Nootmuskaat is gezond, maar waarom?

De Romeinen gebruikten nootmuskaat omdat het een goede werking zou hebben op de maag. In de middeleeuwen werd nootmuskaat zelfs bestempeld tot ‘magisch medicijn’. Het zou de Zwarte Dood (de pest) op afstand houden, werd gebruikt als lustopwekker en kon ongewenste zwangerschappen beëindigen. In de aromatherapie wordt nootmuskaatolie gebruikt om de spijsvertering te helpen en om je geestelijk bij de les te houden. Het zou je mentaal sterk maken en beter gefocust.

Vandaag de dag wordt nootmuskaat niet echt meer als medicijn ingezet. Sterker nog, je moet er een beetje voorzichtig mee zijn (zeker als je bijvoorbeeld leverproblemen hebt of er allergisch voor bent). Nootmuskaat kan in grote porties namelijk hallucinaties opwekken en andere bijwerkingen hebben. Gebruik je nootmuskaat culinair, een snufje hier of daar, dan is er niets aan de hand. Pas vanaf een gram of vijf kan er een psychedelisch effect optreden.

Verse nootmuskaat versus poeder

Nootmuskaat verwarmt en is daarom een winterspecerij bij uitstek. Het lekkerste is om hem vers te raspen (gebruik een fijne rasp), het liefst vlak voor je aan tafel gaat. Zo versgemalen behoudt nootmuskaat zijn subtiele smaak, want die vervliegt heel snel. Nootmuskaatpoeder haalt het dan ook niet bij versgeraspt. Nog een voordeel van zo’n hele nootmuskaatbol: hij blijft heel lang goed, wel zo’n vier jaar.

Nootmuskaat en foelie

Alleen aan de vrouwelijke bomen groeien okergele abrikoosachtige vruchten waarin een pit zit. Die pit is ovaal, zo’n drie centimeter groot en kei- en keihard. Wij kennen die pit als nootmuskaat. Om die pit zit een roodgekleurd ‘netje’, die de zaadrok of zaadmantel heet. Ook die kun je eten. Je kent het waarschijnlijk wel onder de naam ‘foelie’. Volgens culinaire kenners is de smaak van foelie verfijnder. Het wordt omschreven als ‘citrusfris’ en ‘warm houterig’ tegelijkertijd.

Hier komt de witte waas vandaan

Op nootmuskaatbollen ligt vaak een wit waasje, die we te danken hebben aan de Oost-Indische Compagnie. Om het monopolie te behouden maakte die elke nootmuskaatbol onvruchtbaar door hem in een kalkbad te leggen. Tegenwoordig wordt zo’n kalkbad nog steeds gebruikt omdat het insectenvraat zou voorkomen.