Gerustgesteld?

    742
    Léonie Smit

    Gelukkig kunnen we tachtig procent van de vrouwen die naar ons Mammacentrum komen geruststellen. De afwijking die ze in hun borst hebben gevoeld of de kalkspatjes die gezien zijn bij het bevolkingsonderzoek blijken gelukkig niet te berusten op borstkanker. Het is een cyste, een drogbeeld op de eerdere foto of ‘gewoon’ wat meer prominent aanvoelend klierweefsel.

    Zo ook mevrouw W., slank, begin veertig. Tijdens het douchen voelt ze een verdikking in haar linkerborst. Bloednerveus komt ze naar het Mammacentrum. Een aantal van haar vriendinnen zijn er onlangs ‘uitgepikt’ bij het bevolkingsonderzoek en nu voelt ook zij iets.

    Ik begrijp wat ze gevoeld heeft; een wat strengvormige mobiele afwijking. Niet direct zorgwekkend. Ik denk aan een cyste of een bindweefselstreng. Zoals altijd wordt bij een voelbare afwijking aansluitend een mammografie gemaakt, standaard van beide borsten. Met de aanvullende echo ziet de radioloog dat de verdikking veroorzaakt wordt door een onschuldige cyste. Geruststelling. Of toch niet?

    In de andere borst zien we een groepje kalkspatjes. Dit kán wijzen op een, beginnende, kwaadaardige tumor, maar vaak betekent het ook niets. Om dit te bewijzen moet er in de afwijking geprikt worden. Of we kunnen ervoor kiezen om de foto over een paar maanden te herhalen. Door de moeilijke ligging van de kalkspatjes en haar kleine cupmaat lijkt het prikken niet mogelijk. Wat te doen? Samen met de radioloog en mevrouw W. besluiten we toch een poging tot prikken te doen.

    Helaas, de punctienaald kan de kalk niet bereiken. Ik bespreek alle overwegingen met haar. Dat het om een heel erg klein groepje kalk gaat, hoogstwaarschijnlijk onschuldig en heel misschien een voorstadium van borstkanker. Kortom, we kunnen ervoor kiezen om de tijd z’n werk te laten doen en over een aantal maanden de foto te herhalen en de afwijking opnieuw te analyseren. Als deze dan onveranderd is, is het nog waarschijnlijker dat de kalkspatjes niet wijzen op een tumor. Geruststellen kan ik haar helaas maar amper. We besluiten om over een paar maanden nogmaals een borstfoto te maken. Haar verstand begrijpt het, maar haar gevoel is nog niet gerustgesteld…

    Een half jaar later zie ik haar weer op de poli. Nog nerveuser dan de eerste keer. Er is minimale verandering van de kalkspatjes te zien. Terug bij af dus. ‘Desnoods moet de borst er maar af’, zo zegt ze. Dat gaat me te ver, voor zeer waarschijnlijk een onschuldig iets. Opnieuw stap ik bij de radioloog binnen voor overleg. Het lijkt nu mogelijk om de afwijking met een jodiumbronnetje te markeren. Zodat ik het gebied met de kalkspatjes tijdens een operatie kan verwijderen, en de patholoog het weefsel kan onderzoeken.

    Een paar dagen later kan ik haar vertellen dat de kalkspatjes niets met borstkanker te maken hebben. Het is ‘gewoon’ onschuldig weefselverval van het borstweefsel. Gelukkig. We praten nog wat na. De nieuwste technieken helpen ons regelmatig om afwijkingen in een vroeg stadium op te sporen of drogbeelden te verwerpen. Soms brengt het ons echter ook nieuwe dilemma’s. Daarentegen hebben we met behulp van een andere techniek het jodiumbronnetje nu duidelijkheid gekregen, gelukkig. Ze verlaat de spreekkamer. Tevreden en gerustgesteld.