In een tijd waar griep om zich heen grijpt, komen ziekteverwekkers je neus uit. Oók bacteriën die niets met griep te maken hebben, zie je liever gaan dan komen. Jammer, vindt microbioloog en voorman van bacterie-minnend Nederland Remco Kort. Vier verrassende redenen waarom ook jij vanaf nu je bacteriën gaat koesteren.

1. Probiotica kun je inzetten bij depressie

Microbioloog Remco Kort: “Vanuit de wetenschap en geneeskunde wordt heel kritisch gekeken naar de rol van probiotica. En terecht. We weten nog lang niet altijd welke samenstelling, bij wie, wat, wanneer helpt. Maar dat we iets niet begrijpen, wil niet zeggen dat het niets doet. Uit wetenschappelijke onderzoeken met steriele muizen komt naar voren dat probiotica een gunstige uitwerking lijken te hebben op ons gedrag en stemming. Die uitkomsten worden bevestigd door onderzoeken, waarin mensen met depressie vertellen over hun persoonlijke ervaring met probiotica. Sommigen signaleren een verbetering van hun stemming. Dat wordt al gauw als placebo-effect of onzin afgedaan. Terwijl vanuit microbiologisch oogpunt die stemmingsverbetering prima valt te verklaren. Er bestaan tal van communicatiekanalen tussen de darmen en hersenen. De bacteriën in de darm kunnen zodoende in verbinding staan met het brein. Als die darmen versterking krijgen van de juiste darmbacteriën, dan kan dat mogelijk effect hebben op je geestelijk welbevinden. Maar ook op dit vlak staat het onderzoek nog in de kinderschoenen.”

2. Poeptransplantaties kunnen levens redden

“Lange tijd werden poeptransplantaties ook als ‘zeer alternatief’ afgedaan en inmiddels worden ze standaard bij gevaarlijke darminfecties ingezet. Een aantal mensen houdt aan antibioticagebruik namelijk een levensbedreigende ontsteking over. Opnieuw antibiotica inzetten is dan geen optie, maar wat wel? Omdat er geen alternatief voorhanden was, zijn artsen poeptransplantaties gaan toepassen, waarbij darmbacteriën van een gezinslid getransplanteerd werden naar de darm van de zieke. Dat blijkt in de praktijk zo goed te werken dat deze aanpak op grote schaal wordt toegepast. En dat is precies waarvoor ik pleit: bekijk microben met wetenschappelijke openheid en nieuwsgierigheid, zodat je de mogelijkheden kunt ontdekken om de gezondheid te versterken.”

3. Bacteriën verbeteren de werking van je immuunsysteem

“We weten dat het aantal auto-immuunziekten onder de Amish veel lager ligt. Deze mensen leiden in Amerika een traditioneel boerenbestaan. Ze hebben geen tractoren, maar bewerken hun land met paard en ploeg. We denken dat hier een deel van de verklaring ligt. Onze darmflora heeft te lijden onder de Westerse leefstijl. Het immuunsysteem heeft contact met microben nodig om sterk te kunnen worden. Dat betekent dat je veel buiten in de frisse lucht moet zijn, met je handen in de aarde zit en in contact komt met dieren. Want dan komt die uitwisseling veel beter tot stand dan wanneer je dag in, dag uit in een over geïsoleerd, slecht geventileerd kantoorpand rond hangt. Maar ook de manier waarop we ons eten bewaren is van invloed op de darmflora. We zijn veel minder gefermenteerde voeding gaan eten, omdat er andere, meer moderne conserveermethodes kwamen. Via onze voeding zijn we door de jaren heen steeds minder bacteriën binnen gaan krijgen. Juist door vaak gefermenteerd voedsel, zoals zuurkool en yoghurt, te eten, voeg je een gezonde dosis microben toe. Depressie wordt steeds vaker gezien als een gevolg van een chronische ontsteking in de hersenen. Die laaggradige ontstekingen, waarvan je nauwelijks iets merkt, kunnen op den duur immuunziekten in de hand werken. Depressie is er mogelijk één van, net als allergie, MS, reuma, astma en diabetes type 1 dat ook kunnen zijn. In feite hebben we hier te maken met een overactief afweersysteem en juist de darmbacteriën spelen een belangrijke rol bij het reguleren en dempen van je immuunreacties. Die darmbacteriën worden namelijk alleen maar in ons lichaam getolereerd, doordat ze in staat zijn de reactie van ons afweersysteem af te remmen. Maar wat als ze die taak niet of minder goed verrichten? We denken dat dit mogelijk een belangrijke factor kan zijn bij het ontstaan van chronische ontstekingen en auto-immuunziekten.”

4. Bacteriën zorgen pas echt voor hygiënisch schoon

Hygiëne heeft ons ver gebracht en handen wassen bijvoorbeeld kan het verschil maken tussen leven en dood. Blijf dat vooral doen, alleen niet met antibacteriële zeep. Want daarmee leggen niet alleen ziekmakende bacteriën het loodje, maar ook je ‘eigen’ gezonde bacteriën. Veel beter is het om die goede bacteriën te gebruiken om hygiëne te handhaven. Kijk, we zullen waarschijnlijk altijd ziekenhuizen moeten blijven desinfecteren voor de veiligheid. Maar als je op schone oppervlaktes goede bacteriën aanbrengt, zoals sporen van de bodembacterie Bacillus subtilis, ontstaat een buffer die ziekmakende bacteriën op afstand kan houden. Daardoor hoef je misschien niet keer op keer weer te desinfecteren.”