RSI? Als we het internet moeten geloven is dat iets wat tussen je oren zit, achterhaald is, slechts een trend was of sterker nog: niet bestaat. Maar klopt dat wel? Of is deze verzamelnaam voor arbeidsgerelateerde klachten aan schouder, nek en arm gewoon nog springlevend? We vragen het aan experts.

Begin jaren negentig leek iedereen last te hebben van een muisarm, één van de bekendste vormen van RSI. De letterlijke betekenis van RSI is Repetitive Strain Injury, een verzamelnaam voor mensen met klachten die ontstaan door het langdurig uitvoeren van dezelfde snel herhalende handelingen. Toch lijkt RSI allang geen issue meer en wordt het bestempeld als achterhaald. Maar is dat terecht?

Pijn wordt geaccepteerd

Nee, zegt Monique Frings-Dresen, hoogleraar beroepsziekten bij het Amsterdam UMC, afdeling Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid. “RSI komt nog steeds voor, maar huisartsen registreren dit vaak niet of leggen de link niet tussen de klachten en RSI.” Ook is het volgens de hoogleraar zo dat mensen er te lang mee door blijven lopen. “Ze accepteren dat ze pijn hebben aan hun nek, want ja, wie werkt er niet met een laptop, computer of smartphone? Al heeft RSI allang niet meer alleen met het gebruik van apparaten te maken. De klachten kunnen ontstaan doordat je constant dezelfde arbeidsgerelateerde bewegingen maakt. Dat komt voor bij kantoorbanen, maar bijvoorbeeld ook bij mensen die lopendebandwerk doen.”

“Pas als mensen echt niet meer hun werk kunnen doen van de pijn, en dat komt zeker voor, trekken ze aan de bel bij een bedrijfsarts.” De meeste meldingen die bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten binnenkomen, zijn volgens Frings-Dresen van psychische aard. Daarna volgen pijnklachten aan de pols, schouder, elleboog en arm. “Maar het totale aantal mensen met RSI ligt veel hoger dan de gevallen die gemeld en geregistreerd worden. Het is slechts het topje van de ijsberg.”

Steeds een andere naam

Wat ook speelt: RSI heeft tegenwoordig steeds een andere naam. Tegenwoordig wordt het veelal KANS genoemd, wat staat voor klachten arm, nek, schouder. “Dat maakt het verwarrend,” vertelt Rayen Bindraban, arbeidsfysiotherapeut bij ReAT. Het is een al eeuwenoud omschreven probleem. De monniken definieerden het voorheen al als ‘schrijverskramp’. Ook de namen CTD (Cumulatief Trauma Disorder) en WURlD (Work Related Upper Limb Disorder) zijn voorbijgekomen.”

Twee soorten RSI

Volgens Bindraban zijn er twee soorten RSI: specifieke RSI en aspecifieke RSI. “Bij de specifieke soort kun je makkelijker een diagnose stellen, omdat je ziet wat de pijn veroorzaakt. Denk aan een peesontsteking, zwelling, roodheid of een beperking in beweging. Helaas is de groep die valt onder aspecifieke RSI veel groter. Dit zijn mensen die al talloze keren onderzocht zijn, maar waar keer op keer niets uitkomt. Terwijl de persoon wel veel pijn kan hebben. Dat is frustrerend en kan er ook voor zorgen dat mensen aan zichzelf gaan twijfelen.”

Neem klachten altijd serieus

Het is belangrijk om RSI-klachten niet voor lief te nemen, meldt Frings-Dresen. “Het gaat dan van kwaad tot erger. Het begint met pijn in je nek of schouder, maar kan op den duur ervoor zorgen dat je bijvoorbeeld een simpel jampotje niet meer kunt openen. Maak het ook bespreekbaar met je leidinggevende, want RSI is goed te behandelen. Hoe langer je er mee door blijft lopen, hoe langer het herstel.”

Pijn zit niet tussen je oren

Bindraban onderstreept dit. “Als je deze klachten langdurig negeert, kunnen ze een chronisch karakter krijgen. Het verandert naar pijn die dag en nacht aanhoudt. Het kan er op termijn zelfs toe leiden dat je werkzaamheden niet meer kunt uitvoeren en ook in het dagelijks leven hele gewone dingen niet meer kunt. Van een chronisch pijnsyndroom word je niet gelukkig. En dat levert weer veel stress op waardoor je herstelcapaciteit vermindert. Het gevolg is dat je nóg gevoeliger wordt voor pijnprikkels en belasting. Weet dus dat de pijn zeker niet tussen je oren zit; RSI bestaat nog steeds.”