Gedurende de cyclus van de vrouw gebeurt er van alles. Voor en tijdens de menstruatie kan bijvoorbeeld je poepgedrag veranderen. Of misschien worden je borsten gevoeliger, ontpopt zich acne rondom je kaaklijn of heb je meer zin in seks en eten. Maar met welke menstruatieklachten ga je naar de huisarts?

Je hebt bonkende, eenzijdige hoofdpijn

Zo’n 310 duizend Nederlanders hebben last van menstruele migraine, aldus de Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten (NVH). De bonkende, eenzijdige hoofdpijn (die heftiger wordt bij inspanning) gaat vaak samen met misselijkheid, overgeven, concentratiestoornissen en overgevoeligheid voor licht en geluid. Er zijn twee varianten, namelijk pure menstruele migraine en menstruatie-geassocieerde migraine. De eerste speelt alleen op rond de menstruatie, de andere vorm komt ook op andere momenten van de cyclus voor. Voor de juiste behandeling is het noodzakelijk om te weten welke vorm je hebt.

Je cyclus is (ineens) onregelmatig

Bij jonge meisjes en bij vrouwen na hun 45ste jaar is onregelmatig menstrueren heel normaal. Een onregelmatige cyclus kan ook ontstaan door intensief sporten, sterk afvallen, een laag lichaamsgewicht, overgewicht of een ingrijpende gebeurtenis. In dat geval is je cyclus niet meer in balans en kan de (huis)arts je verschillende oplossingen aanbieden.

Je hebt langdurig, hevig bloedverlies

Alles tussen de 20 en 80 milliliter aan bloedverlies wordt als normaal beschouwd. Daarboven ontstaat de kans op ijzertekort. Verlies je meer dan 120 milliliter, moet je elk uur van tampon verwisselen of duurt de menstruatie langer dan zeven dagen, dan is er sprake van hevig bloedverlies (menorragie). Zo’n 20 procent van de vrouwen krijgt menorragie, blijkt uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Vaak wordt het bloedverlies geleidelijk aan erger. Het gevaar daarvan is dat je eraan went en en denkt dat het erbij hoort. Dat is dus niet zo!

Je menstrueert weinig of niet

Hoewel dit erfelijk bepaald kan zijn, heeft het in ruim 90 procent van de gevallen te maken met je lichaamsgewicht. Je moet namelijk als vrouw met een gemiddelde lengte minimaal 45 kilo wegen om te kunnen menstrueren. Voor je vijftiende is er geen reden tot zorg, daarna kan het handig zijn om even onderzoek te laten doen. Het kan ook zijn dat je menstruatie ineens stopt. De meest voor de hand liggende reden: zwangerschap. Ook de premenopauze, chemotherapie, medicijnen en een te snel werkende schildklier kunnen de cyclus verstoren. Net als hevig gewichtsverlies, infectieziekten, diabetes en coeliakie.

Je hebt hevig tussentijds bloedverlies

Hevig tussentijds bloedverlies wordt ook wel doorbraakbloeding of metrorragie genoemd. Het kan komen door hormoonschommelingen, de anticonceptiepil of een spiraal met hormoonafgifte. Soms is er iets anders aan de hand, zoals stress, medicijngebruik, schildklierproblemen of vaginale infecties. Overigens: als het gaat om een beetje bloedverlies en om één tot twee dagen, dan is de oorzaak meestal onschuldig.

Je hebt het premenstrueel syndroom

Je hebt vast wel gehoord van het premenstrueel syndroom (PMS). Het gaat om klachten die voorafgaand aan de menstruatie optreden. En dat zijn er ruim honderd, van lichamelijke tot psychische klachten. Karakteristiek voor PMS is dat je minimaal één week klachtenvrij bent en dat het patroon zich herhaalt. PMS heeft ook nog een extreem zusje, genaamd PMDD. De klachten die hierbij horen zijn extra heftig: depressiviteit, prikkelbaarheid, angsten, stemmingswisselingen, woedeaanvallen, slapeloosheid, zwaarmoedigheid en/of suïcideneigingen.

Wat kan de (huis)arts doen?

Herken je één of meerdere klachten? Raak niet meteen in paniek; sommige klachten zijn gemakkelijk op te lossen. Maar ga wel even langs bij de huisarts. Het kan handig zijn om je cyclus in kaart te brengen. Zo weet je beter wanneer je naar de arts moet en kom je in de spreekkamer beter beslagen ten ijs.

De (huis)arts kan vervolgens samen met jou de klacht onderzoeken, je menstruatie in kaart brengen en op zoek gaan naar de oorzaak. Samen met de (huis)arts kan vervolgens een behandelplan worden opgesteld. Dat kan variëren van een aanpassing in je leefstijl en ontspanningsoefeningen tot (preventieve) medicatie, therapie of een operatie.

Delen