<-- NIET ACTIEF -->

Wie denkt dat je met een narcistische persoonlijkheid wordt geboren, heeft het mis. Volgens Marjan de Vries, gz-psycholoog en schrijver van Uit de schaduw van narcisme heeft het ontstaan van narcisme alles te maken met je jeugd. Benieuwd hoe dat zit? Wij delen de belangrijkste inzichten uit het boek.

Komt narcisme voort uit de genen of is het aangeleerd gedrag? De jury is er nog steeds niet over uit, maar het blijkt wel dat de opvoeding hierin een rol speelt en dat heeft alles te maken met emotionele behoeften. We gaan daarvoor terug naar de kindertijd: een kind heeft namelijk van alles nodig om zich te kunnen ontpoppen tot een stabiel en gezond persoon. Naast eten, kleding en een dak boven het hoofd, is het minstens zo belangrijk dat er wordt voldaan aan de emotionele behoeften. Die kun je onderverdelen in een behoefte aan veiligheid, emotionele verbinding en afstemmen door de ouders, aan ruimte voor zelfwaardering en zelfexpressie en aan het bieden van reële grenzen en stimulering van de autonomie. Wordt aan deze behoeften niet voldaan? Dan kan er narcistische problematiek ontstaan. Wat deze behoeften precies inhouden, lees je hieronder.

Veiligheid

Niet alleen in het verkeer is veiligheid de belangrijkste regel, ook binnen een gezin speelt dit een sleutelrol. Kan een kind vertrouwen op zijn ouders? Kan het kind rekenen op troost wanneer het verdrietig is? Op bescherming als er gevraag dreigt? Kortom, kan het kind van zijn ouders op aan? Een onveilige jeugd kan voor de volgende gedachten zorgen:

  • Is de ander wel te vertrouwen?
  • Ik sta er alleen voor
  • Ik ben onbelangrijk

Emotionele verbinding en afstemmen door de ouders

Ook is het belangrijk dat ouders zich afstemmen op hun kind en dat ze zich emotioneel met hun kind kunnen verbinden. Daarmee bedoelt de Marjan de Vries dat ouders zich kunnen verplaatsen in hun kind, dat zij contact maken, dat zij hun kind koesteren en knuffelen en dat diegene voelt: er wordt van mij gehouden, ik sta er niet alleen voor. Onmisbaar hierbij is dat ouders hun eigen behoeften niet op de eerste plek zetten. Zo kan het kind opgroeien tot wie het is en vertrouwen op zichzelf. Gebeurt dit niet, dan kan het heel lastig worden om je later te binden met anderen. Stem je je niet af op jouw kind, dan kan dat zorgen voor de volgende gedachten:

  • Ik ben onbelangrijk
  • Ik word niet gezien
  • Met mij wordt geen rekening gehouden

Ruimte voor zelfwaardering en expressie

Nog zo’n belangrijk onderdeel: zelfwaardering. Oftewel, het gevoel de moeite waard te zijn. Ouders kunnen dit gevoel stimuleren door hun kinderen aan te moedigen, te prijzen en hun eigenheid te accepteren. Ook is het belangrijk dat ze op een duidelijke maar respectvolle manier bijsturen. Gaat het om zelfexpressie, dan moet het mogelijk zijn om emoties te uiten. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan, want ouders kunnen nog weleens aan de gevoelens van kinderen voorbijgaan. Je bent immers zelf geen kind meer, waardoor het moeilijker is om je in jouw kind te verplaatsen of de emoties te begrijpen. Natuurlijk is het niet meteen schadelijk als je als ouder eens een keer je geduld verliest, maar dat wordt het wel als je altijd geïrriteerd of boos reageert. De reacties van ouders kunnen dan de volgende boodschappen uitdragen:

  • Jij mag niet voelen wat je voelt
  • Jij doet het niet goed
  • Jij bent lastig
  • Jij bent niet lief

Het bieden van reële grenzen en stimulering van de autonomie

Als een kind net aan zijn wereldreis begint, heeft het begeleiding en sturing nodig. Een vogel kan ook niet zomaar vliegen! Tegelijkertijd is het belangrijk dat een kind de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen en dat de ouders het kind niet verstikken. Het is balanceren tussen veiligheid waarborgen en ruimte geven. Zeker als kinderen ouder worden, mogen ze steeds meer zelf beslissen en krijgen ze ook verantwoordelijkheden. Van de vaatwasser uitruimen tot studeren voor een toets, van zelf eten koken tot zelfstandig boodschappen doen. Het doel van opvoeden is volgens Marjan dan ook dat kinderen uiteindelijk genoeg bagage hebben om in de buitenwereld op eigen benen te staan, hun padvinderspakje aan te trekken en de wijde wereld kunnen verkennen. Krijgen kinderen niet de verantwoordelijkheid en ruimte, dan kunnen deze gedachten ontstaan:

  • Ik kan het niet
  • De ander weet het beter
  • Ik ben voor alles verantwoordelijk

Ben je benieuwd wat er kan gebeuren als je als kind vaak en veel boodschappen krijgt die jou laten voelen dat je niet de moeite waard bent? Lees het in Uit de schaduw van narcisme.