Onverklaarbaar moe, chagrijnig en niet in staat om je te concentreren. Mensen die hoogsensitief zijn, kunnen om schijnbaar niets uit het veld geslagen zijn, terwijl dat niet per se nodig is. Actrice en coach Liesbeth Kamerling schreef het boek ‘Overprikkeld’, een handleiding hoe je beter met HSP kan omgaan. Wij vroegen haar naar de zes beste tips.

1. Luister naar je lichaam

Actrice en coach Liesbeth Kamerling: “De één is meer invoelend dan de ander. Maar sensitief zijn is toch echt wat anders. Het zit in alles wat ik doe, in alles wat ik zie, hoor, ruik en voel. In elk deel van mijn leven. Waar ik mijn bureau neerzet. Het uitzicht dat ik heb. Elk geluid komt bij mij tien keer harder binnen. We leven in een samenleving vol prikkels. Daar moet ik mee zien te dealen. Ik ben daarin vaak over mijn grenzen gegaan, omdat ik niemand wilde teleurstellen, omdat ik wilde voldoen aan verwachtingen. Want waarom zou ík niet nog even wat langer op een etentje blijven hangen? Het is toch gezellig. Iedereen doet mee. Het zijn ook de eisen die ik aan mezelf stel, waardoor ik toch mijn tanden op elkaar zet en doorga. En ik ga lang door, tot ik letterlijk omval. Dan zit ik weer thuis met een longontsteking. Lichamelijk uitgeput omdat ik mezelf negeer. Dat is het ook met hoogsensitiviteit. Je absorbeert zo veel prikkels dat je je lijf niet meer voelt, terwijl dat lichaam de beste graadmeter is voor hoe je ervoor staat. ”

2. Cijfer jezelf niet weg

“Als HSP’er moet je accepteren dat je moe wordt van al die prikkels en dat je ontzettend chagrijnig kunt reageren als je energiepeil onder een bepaald punt komt. Ik heb het laatste jaar geleerd om mezelf niet meer weg te cijferen.”

3. Plan rust en ruimte in

“Ik kan alleen een leuke moeder en een fijne partner zijn als ik goed voor mezelf zorg. En dus kom ik vaker op de eerste plek. Dus niet én de kinderen van school halen, én meteen boodschappen doen én ook nog een interview geven. Ik moet doseren. Bewust ruimte en tijd inplannen voor rust en ontspanning. Stress valt niet te voorkomen, maar de prikkels die je kunt vermijden door bijvoorbeeld minder op een dag in te plannen – daar heb je wél invloed op. Dat scheelt zo veel energie. Daarnaast is een stabiele basis belangrijk. Zorgen dat je het thuis fijn hebt. Geen onnodig gedoe.”

4. Weet wat je energie geeft

“Ik check nu ook vaker bij mezelf: hoe staat het ervoor? En ik bekijk kritisch wat mij energie kost en energie geeft. Het vervelende aan HSP is dat je batterij heel snel leeg kan raken, de positieve keerzijde is dat die ook zo weer opgeladen is. Ik kan intens genieten van de kleinste dingen. Als ik alleen al naar een boom kijk, kan ik daar energie uit putten.”

5. Durf voor jezelf te kiezen

“Als HSP’er moet je nog beter je eigen handleiding naleven. In relaties is het me te vaak gebeurd dat ik over grenzen ging, mezelf wegcijferde, waardoor het op een gegeven ogenblik echt klaar was. Dan maakte ik het weer uit. Het is niet makkelijk om met iemand die hoogsensitief is samen te leven. Soms betekent dat bijvoorbeeld dat je apart moet slapen, omdat je alleen dan goed uitgerust wakker wordt. Ook ’s nachts kan andermans energie je beïnvloeden. Ik moet echt grenzen stellen om niet overprikkeld te raken.”

6. Besef dat je geen aansteller bent

“Als je niet weet dat je hoogsensitief bent, dan denk je: ik ben dus een zeur. Ik ben een aansteller. Dan ga je mee in wat er van je verwacht wordt en doe je niet wat goed is voor jou. Bewustwording. Daar begint alles mee. De belangrijkste les is dus vooral dat ik mezelf geen aansteller meer vind. Ik voel wat ik voel. Dat negeer ik niet langer. Luisteren naar mijn lijf, mijn hart en mijn hoofd is mijn missie in het leven geworden. Het is de kunst om als HSP’er met een druk leven niet om te vallen.”

Wist je dat de hersenen van mensen die hoogsensitief zijn anders werken? Klinisch psycholoog Elke van Hoof legt het hier uit.