<-- NIET ACTIEF -->

Natuur koppelen we aan gezond en ontspannend. Tegelijkertijd slaan de code oranjes je om de oren zodra het stormt en hoor je steeds vaker over teken en tropische muggen die oprukken. De zon zorgt voor huidkanker en de luchtkwaliteit is ook bar en boos. We lijken steeds banger voor de natuur en steeds voorzichtiger om naar buiten te gaan. Hoe zit dat?

Voor gezondNU interviewde redacteur Gebke Verhoeven omgevingspsycholoog Agnes van den Berg en wandelpsycholoog Irina Poleacov. De hamvraag: waarom worden we steeds banger voor de natuur en buitenlucht? We selecteerden 6 interessante uitspraken over onze veranderende relatie met de natuur.

“Onbewust scannen we continu onze omgeving”

Omgevingspsycholoog Agnes van den Berg: “Vanuit de oertijd bezien is het niet meer dan logisch dat we deels bang zijn voor de natuur. In de tijd dat de mens nog in berenvellen in de wildernis moest overleven, loerde er altijd gevaar. Daar is ons lijf op ingericht. Onbewust scannen we continu onze omgeving af op een mogelijke dreiging. Nog voordat we een slang bewust waarnemen, rinkelen de alarmbellen al in ons lichaam. Belandde je op een plek waar je je veilig voelde, dan ging de knop om en kon je volledig ontspannen.”

“Steeds meer mensen raken vervreemd van de natuur”

Van den Berg: “Als je in de stad opgroeit en geen opa en oma hebt die buitenaf wonen, dan gaat een hoop kennis en kunde verloren. Als je bijvoorbeeld niet meer leert hoe een berenklauw (die lelijke brandwonden kan veroorzaken) eruitziet, is de kans groot dat je er bang voor bent. Wanneer je dat namelijk wel weet, dan herken je die plant van meters afstand en dan weet je dat je beter uit de buurt kunt blijven. Wegens een gebrek aan kennis kunnen we natuurlijke gevaren steeds minder goed plaatsen. Zo worden relatief kleine risico’s algauw als grote gevaren gezien. Onnodige angst is het gevolg.”

“Als je in de jaren negentig vastzat in het verkeer, dan was dat zo”

Wandelpsycholoog Irina Poleacov: “Je kon niet op je telefoon checken hoe lang het nog duurde, of er een omleiding was. Niemand wist waar je bleef. Tegenwoordig kun je je reis van seconde tot seconde plannen. Sterker nog, we denken álles te kunnen controleren. En als je het even niet meer weet, dan google je het. In een tijd waarin we alles plannen en weten, is de natuur de grote onvoorspelbare factor.”

“De natuur legt je gevoelens onder een vergrootglas”

Van den Berg: “Mensen met een grote behoefte aan controle en structuur voelen zich vaak minder op hun gemak in de natuur. Ook als je ouder wordt of kwetsbaar bent, neemt die behoefte aan structuur en controle toe. Naar buiten gaan kan dan eng zijn. De natuur legt je gevoelens als het ware onder een vergrootglas. Als je al angstig bent of niet lekker in je vel zit, dan kan naar buiten gaan als bedreigend voelen.”

“We zijn niet echt meer buiten”

Van den Berg: “Vaak zijn koude en regen de excuses om binnen te blijven. Dat komt ook doordat we doorgaans nauwelijks langer dan een kwartier buiten zijn. We zijn niet écht meer buiten. Zeker als het koud is, ervaart je lijf dat als vervelend. Als je doorzet en toch wat langer buiten bent, wen je aan de koude en dan is het ineens heel lekker. Maar daarvoor moet je wel langer dan een kwartier buiten zijn geweest.”

“Meebewegen is de beste strategie”

Poleacov: “Teken bijvoorbeeld, die moet je serieus nemen. De ziekte van Lyme is geen grapje. Bereid je voor. En, beweeg mee. Als het stormt, ga ik het bos niet in, maar loop ik over de hei. Als het regent of koud is, kleed ik me daarop. De natuur kan onvoorspelbaar zijn. Maar als je samenwerkt, dan wordt diezelfde natuur minder bedreigend.”

Benieuwd naar het hele interview met Agnes van den Berg en Irina Poleacov? Je leest het in het dit nummer van gezondNU.

Lees meer over dit onderwerp