<-- NIET ACTIEF -->

Iedereen – maar dan ook echt iedereen – gedijt het beste bij een stabiele bloedsuikerspiegel. Het pieken en dalen van je bloedsuikerspiegel kan namelijk zorgen voor hongerbuien, stemmingswisselingen en een schommelend energieniveau. Alles waar je géén zin in hebt. Maar hoe houd je je bloedsuikerspiegel in het gareel?

1. Maak van je ontbijt de belangrijkste maaltijd

‘Ontbijt als een keizer, lunch als een koning en dineer als een bedelaar’, luidt niet voor niets een bekende uitdrukking. Met een flink ontbijt breng je je stofwisseling en spijsvertering op gang en zorg je voor een energiek begin van de dag. Ook ontdekten Tsjechische onderzoekers dat de dag beginnen met een uitgebreid ontbijt hét recept is voor een stabielere bloedsuikerspiegel. Wat er ’s ochtends op je bord ligt, maakt natuurlijk wel uit. Kies het liefst voor een eiwit- en vezelrijk ontbijt. Eiwitten werken verzadigend en vezels zorgen dat koolhydraten langzamer door je lichaam worden opgenomen. Het effect? Een bloedsuikerspiegel zonder gejojo. Begin de dag eens met een omelet met groente of Griekse yoghurt met zelfgemaakte granola.

2. Eet meer vezels

Niet alleen in je ontbijt verdienen vezels een bijrol, maar in alle maaltijden die je eet. Vezels vertragen de opname van koolhydraten, waardoor de suiker uit koolhydraten geleidelijk vrijkomt in je bloed. Ook mooi meegenomen: vezels voeden de goede bacteriën in je darmen. Gooi voor een vezelrijk menu: peulvruchten, havermout, groente, noten en zaden en volkoren granen in je boodschappenmandje.

3. Laat snelle suikers links liggen

De naam zegt het al: snelle suikers zorgen ervoor dat je bloedsuiker snel stijgt. Koekjes, snoep, witte pasta en witbrood worden door je lichaam namelijk vliegensvlug omgezet in suiker. Je bloedsuikerspiegel stijgt daardoor als een speer om in hetzelfde tempo weer te dalen. Snackattacks en een humeur als een rollercoaster zijn dan bijna gegarandeerd. Reden genoeg om snelle suikers links te laten liggen, toch? Je bloedsuikerspiegel is je dankbaar.

4. Eet langzaam

Voor iedereen die kampioen snel eten is: probeer vanaf vandaag eens om langzamer en bewuster te eten. Eet je in een rustig tempo en neem je kleine hapjes, dan blijft je bloedsuikerspiegel stabieler. In voeding waar je bijna niet op hoeft te kauwen, zitten ook vaak snelle koolhydraten. Voeding waar je flink je tanden voor moet gebruiken, bevatten juist vaak langzame koolhydraten. Deze tips helpen je eettempo vertragen:

  • Zet een timer. Door een timer te zetten bij een grotere maaltijd, kun je goed meten of je een snelle of langzame eter bent. Doe je ongeveer twintig minuten over een maaltijd, dan ben je goed bezig.
  • Eet met je andere hand. Ben je linkshandig? Eet dan eens met je rechterhand. Je eet automatisch langzamer als je met je niet dominante had eet.
  • Pauzeer tussen de happen. Leg na elke hap je lepel, mes of vork neer. Hoe verder het bestek van je mond is, hoe beter.
  • Gebruik je zintuigen beter. Focus je op de geur, de structuur van het eten in je mond of hoe het eruitziet. Vergeet uiteraard ook niet om vaak te kauwen.

Foto door Omid Armin op Unsplash

Lees meer over dit onderwerp