<-- NIET ACTIEF -->

Hummus, de kikkererwtenspread uit het Midden-Oosten die over de hele wereld massaal wordt gegeten. Een goed teken vinden wij. Want naast dat het lekker is, helpt het ook je gezondheid een handje. Deze redenen overtuigen om nóg vaker te dippen en te smeren met hummus.

1. Hummus is een goede bron van eiwitten

Eiwitten zijn belangrijk, heel belangrijk. Niet alleen voor fanatieke sporters, maar voor iedereen. Je lichaam heeft deze belangrijke bouwstoffen namelijk nodig om je botten en spieren te onderhouden. Kom je met moeite aan je dagelijkse portie eiwitten? Dan heb je een hele goede reden om meer hummus te eten. Deze populaire kikkererwtenspread is namelijk een bron van eiwitten. In één eetlepel hummus (20 gram) zit 1,5 gram eiwit.
Smeer voor een extra eiwitrijke lunch eerst een laagje hummus op een boterham of cracker, prak dan een avocado en leg hierop een gekookt of gebakken eitje.

2. Het houdt je bloedsuikerspiegel stabiel

Iedereen voelt zich beter met een stabiele bloedsuikerspiegel. Een bloedsuikerspiegel met pieken en dalen zorgt niet alleen voor hongerbuien, maar ook voor een schommelend energieniveau en stemmingswisselingen. Eén van de voordelen van hummus is dat het laag scoort op de glycemische index. Dit is een maat waarmee aangegeven wordt hoe snel koolhydraten in de darm worden verteerd en als glucose (suiker) in het bloed worden opgenomen. Deze index geeft dus als het ware een schatting van de snelheid waarmee je bloedsuikerspiegel stijgt nadat je iets gegeten hebt. Goed nieuws: de koolhydraten in hummus breekt je lichaam langzaam af. Bang voor een schommelende bloedsuikerspiegel hoef je dus niet te zijn.

3. Het is rijk aan vezels

Zeg je vezels, dan zeg je…. een goede spijsvertering! Vezels zijn een belangrijke schakel in de spijsvertering. Ze werken namelijk als een soort spons; ze nemen water op, waardoor je ontlasting soepel wordt. Daarnaast zijn vezels een lekker maaltje voor de goede bacteriën in je darmen. Meer hummus eten, is een eenvoudige manier om je vezelinname omhoog te krikken. Dip er groente in (ook rijk aan vezels!) of smeer het op een vezelrijke cracker of boterham.

4. Hummus kan je cholesterol helpen verlagen

Peulvruchten zorgen voor een verlaging van het LDL-cholesterol, ook wel het slechte cholesterol genoemd. Bij een hoog LDL-cholesterol heb je namelijk meer kans op vernauwingen in je slagaders. Dat hummus plantaardig is, is nóg een pluspunt. Vaker plantaardig eten, verkleint de kans op hart- en vaatziekten.

5. Hummus is een snelle route naar meer groente eten

Er zijn weinig mensen waarvoor genoeg groente eten géén opgave is. Een slimme manier om wel aan de 250 gram per dag te komen, is door hummus te gebruiken als dip. Snijd een wortel, bleekselderij, komkommer en radijs in kleine stukjes en dip het in je zelfgemaakte hummus. Zo krijg je met één hap een dubbel portie groente binnen.

6. Het inspireert je tot het maken van andere gezonde dips

Komt hummus je neus uit? Gooi het dan eens over een andere boeg. Er zijn plenty peulvruchten waar je een heerlijke dip van kunt maken. Denk aan een dip van doperwten en feta, bruine bonen en komijn, witte bonen en knoflook of zwarte bonen en koriander. Of voeg een extra ingrediënt toe aan je hummus, zoals zongedroogde tomaten, avocado, rode biet, artisjokharten, verse peterselie of koriander.

Tip: Maak je eigen hummus

Er zijn eindeloos veel soorten hummus in de supermarkt te koop. Heel handig, maar je bent gezonder bezig als je zelf de keuken in duikt. Maak je je eigen hummus dan ben je de baas over de ingrediënten. Suiker verdwijnt dan niet in je zelfgemaakte kikkerwtenspread en met de zoutpot spring je voorzichtig om. Geen zin om in de weer te gaan met kikkererwten en tahin? Kijk dan goed naar het etiket voordat je de hummus in je mandje mikt. Als het 0,5 gram zout per 100 gram bevat, is dat aan de hoge kant. Hummus met een snuf suiker kun je ook beter laten staan.

Foto door Natalia Y op Unsplash

Lees meer over dit onderwerp